Categorie: Zo’n dag in de Breinsmederij

zo’n dag in de Breinsmederij 611

We zitten in de auto, mijn man rijdt. Een oase van rust, ondanks de radio die met behoorlijk volume aanstaat. Soms klinkt er een kleine opmerking over een liedje, een medeweggebruiker of een ingeving die plots invalt, verder heerst er vooral stilte. We hebben de kinderen afgezet voor een logeerpartij en gaan samen 1 hele nacht naar Utrecht. Ja, een nacht, want voor iedereen weer klaar is en afgezet is het alweer eind van de middag. Het deert ons niet, we hoeven namelijk even helemaal niets. En dus hoeven we ook even niets te zeggen, gewoon samen in een auto is genoeg.

We zaten in de auto, mijn man reed. Het was stil in de auto, ik staarde naar buiten. Gedachtes buitelden over elkaar heen, vooral over het weekend wat voor de boeg stond. Eindelijk waren de kinderen een keer logeren en konden we samen er op uit. Weken had ik er naar uit gekeken om samen weer eens wat te doen. In de auto wachtte ik gespannen of mijn man nu eens wat ging zeggen, maar helaas. Om een gesprek te voeren moest ik weer eens starten, zoals altijd… Ik besloot recalcitrant niets te roepen en dus verliep de reis verder geluidloos. Mijn man neuriede mee met de radio, maar ik verbeet me steeds meer. Waarom kon het ook nooit eens gemakkelijk gaan??

Afgelopen weekend viel me weer eens op hoe groei soms niet snel zichtbaar is, maar soms juist pas na een hele lange periode. Tussen beide autoritjes zit een jaar of 4. 4 jaar waarin ik heel bewust bezig ben geweest met mijn lat, moeten, compenseren en verwachtingsmanagement. Natuurlijk weet en voel ik dat ik een groei als mens doorgemaakt heb, al was het maar door de Breinsmederij, maar soms vergeet je hoe groots die groei is. Waar ik in het begin nog bezig ben geweest met dat ik me nooit meer zo naar wilde voelen als destijds, is dat gevoel helemaal weg. Mijn angst om te vallen heb ik overwonnen met vertrouwen in mezelf. Met speels gemak beweeg ik mee met alles wat er op me afkomt, doordat niet het vallen centraal staat, maar ikzelf. Sterker nog ik reageer niet meer enkel op wat er gaat komen, ik durf ook zelf weer dingen aan te gaan. Of misschien nog wel belangrijker ik durf dingen te laten.

In een weekendje weg hoef ik niet meer vanuit het beste hotel voor de beste prijs de leukste tips in de praktijk te brengen van die ene blog waar je getipt wordt op de pareltjes.  Ik hoef niet meer het meest gezellige weekend ooit te hebben met heel veel plezier en diepe gesprekken. Ik hoef niet meer vanaf de eerste kilometer op de juiste golflengte met mijn man te zitten.

Het resultaat daarvan is een heerlijk weekend ontspannen, waarin we meer deden dan ik vooraf had bedacht. Gewoon omdat we er zin in hadden. Maar het grootste resultaat valt me pas op bij het schrijven van deze blog. Wanneer de zinnen zich ontwikkelen valt me op dat ik in de eerste alinea vanuit een ons perspectief praat en bij de tweede vanuit mijn eigen perspectief. Zonder er over na te denken, of het bewust in te zetten, is mijn boodschap duidelijk. Door los te laten heb je meer houvast.

Zo’n dag in de Breinsmederij 2510

Mijn zoon lijkt glashard te liegen. Vol stelligheid beweert hij dat hij het echt niet heeft gezegd. Terwijl ik zeker weet dat hij het gezegd heeft, 100% zeker.

Daar staan we dan letterlijk tegen over elkaar. Hij ligt mokkend op zijn bed, ik sta in de deuropening mijn stem te verheffen. Ik weet dat ik afstand moet houden om het contact te houden, maar daardoor verhef ik mijn stem harder. Iets waar ik sowieso geen gebrek aan heb. Daarbij voel ik de woede en irritatie bij mezelf oplopen, want ik weet het echt, maar dan ook echt zeker. Het vertroebelt mijn waarneming, want ik kan even niet onder de oppervlakte kijken wat er aan de hand is. Het enige wat ik kan doen is verharden in mijn mening, ik weet het zeker. Het gaat al niet meer om de inhoud, het gaat alleen nog maar om wie er gelijk heeft.

Ik loop naar beneden en controleer bij mijn man wat hij zich nog herinnert. Hij was erbij. Ik neem hem mee naar mijn herinnering en vertel hem wat de een zei en wat toen de ander zei. Hij beaamt dat het gesprek zo liep. Tot we komen bij de afspraak die ik heb gemaakt met mijn zoon. De zin was letterlijk; ‘je moet dus elke avond hetzelfde doen’. Wat blijkt? Ik heb daar direct de koppeling aan dat hij, mijn zoon, dit dus moet doen. Mijn zoon hoort echter alleen maar de algemene zin. Je, men dus, moet dit elke avond doen. En men is algemeen en dus niet specifiek. En dus is er geen koppeling naar hemzelf.

Mijn irritatie slaat direct om naar begrip. Ik snap weer waar de stelligheid van mijn zoon vandaan komt en kan zo een zijstap maken vanuit mijn eigen stelligheid om mijn zoon in beweging te krijgen. Ik loop naar boven, klop op de deur en geef aan dat ik dankzij zijn vader weet dat hij gelijk heeft en dat ik dus sorry wil zeggen. Hij kijkt me even vluchtig aan, een teken dat ik door kan gaan met praten.

Ik neem hem mee naar het gesprek en stap voor stap zijn we het eens over het gesprek en ook over waar het mis ging. Daar waar we de vorige keer in een wellus nietus spelletje terechtkwamen nemen we elkaar nu mee in onze gedachtegang. Lachend legt de één uit wat er bedoeld werd met het geen er gezegd werd én de ander legt uit wat er dan gehoord is en dacht dat er bedoeld werd.

Zo komen we samen tot de conclusie dat hij dan tijdens een gesprek moet vragen wat het dan voor hem betekent en dat ik hem moet vragen of hij nu weet wat hij moet doen. Als bewijs dat het werkt staat hij monter op en begint aan hetgeen we hebben afgesproken dat er gedaan zou worden…oh nee wat hij zou gaan doen :D.

 

 

 

Zo’n dag in de Breinsmederij 1611

Wil je me duwen? We zijn serieus nog geen 10 meter van huis op weg naar school of mijn dochter begint al haar zeurtoontje op te zetten. Ze weet dat ik het onzin vind om haar te duwen. Inmiddels is ze oud genoeg om zelf afstanden te fietsen en helemaal dat kleine stukje naar school. Geïrriteerd geef ik dan ook aan dat ik niet van plan ben om dat te gaan doen.

Al jengelend fietsen we in een tergend tempo door, wat de sfeer niet echt ten goede komt. Ik trap in de valkuil om aan haar te gaan trekken in plaats van gewoon de grens te trekken. ‘Kom op’, ’gewoon fietsen’, ‘Er is niets aan de hand.’ Ondanks dat ik positieve of neutrale woorden probeer te gebruiken, is mijn irritatie hoorbaar. In mijn hoofd spoken meer gedachtes zoals ‘doe even normaal’ en ‘kop op zeg, stel je niet zo aan’ en dat is hoorbaar in mijn toon. Irritatie is niet het goede woord,  het is meer een combinatie van ongeloof en irritatie, want eigenlijk vind ik de hele situatie belachelijk. In zo’n situatie is er ook altijd een soort lach in mijn stem hoorbaar, wat de bui van mijn dochter alleen maar verergerd. Het is duidelijk voor haar dat ik haar echt niet serieus neem.

Ik blijf bewust fietsen, maar daardoor wordt de afstand letterlijk en figuurlijk tussen ons vergroot. Ik merk dat de onwil om zelf te fietsen omslaat in onmacht bij mijn dochter. Haar gejammer is omgeslagen in een echt huilbui. Tegen alle opvoedboeken in besluit ik toch maar naast haar te gaan fietsen en ik begin met duwen.

Ik vraag haar wat haar nu zo verdrietig maakt. Snikkend geeft ze aan dat ze het gewoon zo fijn vindt als ik haar duw. Dat ze heus wel zelf kan fietsen, maar dat als ik haar duw ze het gevoel heeft dat ze nog even bij me kan zijn. Gezien haar dagelijkse worsteling om naar school te gaan weet ik dat ze dit niet verzint als slecht excuus.

We spreken af dat ik haar naar school duw, maar dat we als we samen ergens anders heen fietsen waar we dan ook samen blijven dat ze dan helemaal zelf fietst. Een afspraak waar ze zich vervolgens keurig aan houdt.  Echter is dat niet het belangrijkste resultaat, er gebeurt namelijk ineens iets anders opmerkelijks.

Nu ik haar elke dag duw en me bewust ben dat dit een belangrijk moment is voor haar, geef ik er extra aandacht aan. Er is geen strijd, maar verbondenheid en dat maakt dat ze daarna de stap op school zelfstandig kan maken. Zodra we het schoolplein in zicht hebben meld ze dat ik haar wel los kan laten en dan trapt ze zelf de laatste meters. Op het schoolplein wil ze geen hand meer geven en nog opmerkelijker op school hoef ik niet meer te wachten tot half negen, tot het belletje van de juf gaat. Met liefde geef ik haar dus voortaan een duwtje in de rug.

 

zo’n dag in de Breinsmederij 1110

“Dan moet je er mee stoppen.” Uitdagend  kijkt mijn man me aan, wetend dat dat ene simpele zinnetje voor mij een no go area is. Stoppen komt niet in mijn woordenboek voor. Stoppen voelt als opgeven als mislukken als zinloos dat ik er ooit aan ben begonnen en ja als falen.

Al maanden ben ik om de hete brei aan het draaien. Ik kan niet kiezen welke kant ik nu echt op wil met mijn bedrijf. Ondanks dat ik wel goed in beweging kan blijven en mezelf de ruimte kan geven om dingen uit te proberen voelt het de hele tijd als net niet…

Tijdens de trainingen, de coachmomenten, de twinkel in de ogen van mensen als ik ze raak, als ik ze eyeopeners geef waardoor er lucht ontstaat of kwartjes die vallen die hele bankbiljetten blijken te zijn.. ja dan, dan is het geweldig. Het ontwikkelen van nieuw materiaal, nieuwe boeken lezen, verbanden leggen, toffe oefeningen bedenken is heerlijk. Alleen het punt is zodra ik dat ontwikkel ben ik het startpunt allang weer kwijt. Het grote probleem wat aan de basis stond van de start van een nieuwe training valt in het niet bij alles wat ik daarna weer ontdek. En terwijl ik dus zelf heel gelukzalig de diepte in duik staat mijn klant nog steeds bij het startpunt. En zonder daarmee de problematiek van klanten te bagatelliseren, verre van dat, maar ik voel de pijn van de problematiek niet meer. Dus terwijl ik lekker in  het diepe spring, staat mijn klant nog een beetje met zijn teen in het water te voelen of het water wel lekker genoeg is. En natuurlijk kan ik dan aansluiten bij mijn klant, sterker nog dat is denk ik één van grootste krachten, maar daardoor sta ik wel heel van mijn tijd langs de kant. Terwijl ik sta te popelen om te zwemmen.

Ik wist dus dat mijn man gelijk had toen hij dat zinnetje uitsprak. En met dat besluit kwam er direct een andere optie naar boven, Wat als ik nu eens niet klanten vertel hoe ze moeten breinsmeden, maar als klanten mij kunnen inhuren om te komen breinsmeden? Dat ik lekker de diepte in kan, kan ontrafelen en ontwikkelen en mensen en bedrijven daarin kan meenemen?

Ik tikte bij Indeed wat treffende zoektermen en echt zonder overdrijven stond daar direct DE omschrijving van een geweldig project/traject. Ik wist dat ik daar op moest schrijven, omdat ik anders later spijt zou krijgen. En zo geschiedde, ik schreef een brief, voerde een aantal gesprekken en vanaf 18 november ga ik aan de slag. Niet als zzp’er, maar gewoon in loondienst. Het traject is namelijk niet een project erbij. Het is een project om je in vast te bijten, om vol mee aan de slag te gaan en om mezelf weer volop te kunnen ontwikkelen. Zelfs zo groot dat ik mijn andere baan  heb opgezegd.

Zonde van mijn bedrijf? Welnee! Stoppen is geen optie, weet je nog 😉. Je kan me altijd benaderen om een workshop of training te verzorgen, me gebruiken als klankbord als er een bijzonder breintje vastloopt en blijven genieten van mijn blogs. Wacht alleen niet tot ik iets leuks organiseer, want daar zal het voorlopig niet van komen. Ik ben namelijk heel druk met iets anders leuks, mezelf!

Zo’n dag in de Breinsmederij 77

Facebook laat me een herinnering zien van 5 jaar geleden. Het doet me denken aan dat zomerprogramma van Jeroen Pauw waarin hij samen met bekende Nederlanders terugblikt op de afgelopen 5 jaar en kijkt naar de aankomende 5 jaar.

5 jaar geleden zaten we op een camping in Frankrijk, een vroege vakantie door mijn werk. Althans het was geboekt als vroege vakantie, maar ik was ik er ziek. Anderhalf maand daarvoor was ik namelijk onwel geworden op mijn werk. Al snel bleek het een burn out te zijn. Een vreselijk woord, want het klinkt zo lekker populair. Ah ja, ik had ook een burn out. Alsof je er tegenwoordig niet meer bij hoort als je er niet één hebt gehad. Doordat het zo veel gehoord is haalt het ook de ernst en de heftigheid eraf. Alsof het woord de lading niet meer dekt voor het heftige gevoel van niet weten hoe je je bed uit moet komen, van de alles verpletterende vermoeidheid en de totale machteloosheid en reddeloosheid die je voelt.

Het raakt me dat het alweer 5 jaar geleden is dat het me overkwam, omdat ik pas net het gevoel heb weer bodem te raken. Natuurlijk heb ik me niet 5 jaar lang ellendig gevoeld, maar het proces van helen lijkt nu pas in een stroomversnelling te zijn gekomen. De afgelopen jaren heb ik heel veel aangepast in mijn leven. In het analyseren van het waarom ( daar ben ik heel goed in ) was het heel logisch dat ik een burn out had gekregen. Als risicofactoren worden genoemd mensen met perfectionisme, die moeilijk nee kunnen zeggen, die de lat er hoog hebben voor zichzelf en die de neiging dat wat gebeurt toe te eigenen ipv dat soms ook bij een ander te laten. Ja hoor, jackpot! Dat ik daarbij een veelvragend gezin heb? Uiteraard niet meer dan logisch dat ik een burn out kreeg.

Het feit dat het verklaarbaar was dat ik een burn out kreeg leek te helpen. Ik kon schuilen achter allerlei redenen en hoefde me vooral niet schuldig te voelen dat het me was overkomen. Iedereen begreep het. Ik paste zaken aan in mijn leven en kreeg weer energie terug, vond een baan die niet te veel vroeg en goed te combineren was met thuis. Later toen ik nog meer energie kreeg en mezelf ook meer ruimte durfde te geven ging ik een opleiding doen in faalvaardigheid met verdieping in hoogsensitiviteit. Ook hier kreeg ik de ene verklaring na de ander. Een warm bad van herkenning en erkenning en  waarom ik deed wat ik deed. Ik vond er een drive om mijn bedrijf mee vorm te geven en de wereld een beetje mooier mee te laten worden. Maarrrr…

In alles wat ik de afgelopen jaren deed legde ik de lat niet lager. De lat was nog steeds de  hoge lat die ik verklaarbaar even niet kon bereiken. De lat had ik nog steeds nodig als houvast om me aan vast te grijpen of om naar terug te verwijzen als het even niet lukte. Wanneer mensen me wezen op de immense hoogte van de lat snapte ik heus dat zij vonden dat mijn lat zo hoog lag. Alleen ik ervoer dat niet zo. Zeker niet omdat ik de lat ook vaak haalde, maar dan bagatelliseerde ik het resultaat daarvan. Leuk die opleiding, maar het was geen universitaire studie. Leuk dat bedrijf naast mijn reguliere baan en mijn gezin, maar zo groots is het nu ook weer niet. Dus bleef ik maar verder streven naar het halen van die lat (of misschien nog wel hoger)  en parkeerde ik de mislukte weg naar die lat onder het mom van ‘het lukt nu even niet, want….’. Dan kwamen er duizend en een excuses en dus hoefde ik ook niets met de hoogte van die lat.

Tot ik dit voorjaar eens ging stoeien met die lat, omdat ik voelde dat die lat iets vreemds met me deed. Ik wilde namelijk de lat halen, maar als ik de lat haalde was ik niet tevreden. Dus wat als ik nu eens de lat weghaalde? Wat als ik nu eens de lat anders neerlegde. Wat als die hoge lat geen hoog plafond is, maar een vloer om op te staan? Een lat die niet zichtbaar is voor anderen in de vorm van een succesvol bedrijf, een groot huis of een strak lichaam. Wel een lat die voelbaar is voor mezelf, elke dag goed voor mezelf zorgen en vertrouwen op dat wat ik nu doe goed is, ook al bleek het het verkeerde. Wat als ik me nu eens niet vasthoudt aan een lat, maar aan mezelf? Wat gebeurt er eigenlijk als blijkt dat ik echt het verkeerde heb gedaan, als ik me blootstel aan het idee dat iets me echt niet gaat lukken, omdat ik het niet kan?

Wat er gebeurt is echt verbazingwekkend. Het is de brug tussen weten en doen. Door de opleiding ‘de moed om te falen’ wist ik wat ik moest doen, ik leerde dat ik het simpelweg moest doen. Door het ook écht te doen voel ik bodem en grenzen. Daardoor voel ik dat ik sta en besta en wanneer ik erover een grens heen ga en dat ik even gas moet terug nemen. Ik veroordeel mezelf niet meer als ik over de grens heen ben in het vertrouwen dat het de volgende keer anders zal gaan. Beter misschien, maar misschien ook niet. Het maakt niet, want de paradox is dat ik door de bodem en de grenzen te voelen enorme ruimte voel om te zijn met alles wat daarbij hoort. Pas nu kan ik verdrietig zijn dat het me overkomen is en toelaten wat het gevoel van falen echt met me doet. Pas nu kan ik toegeven dat ik écht een burn out had, ongeacht wat anderen daarvan vinden. Dat het ok is dat me iets is overkomen wat bijna een miljoen anderen ook overkomt , in meer of mindere mate.  

De afgelopen 5 jaar heeft dus in het teken gestaan van helen vanuit een burnout en heeft me enorm gevormd, misschien zelfs weer opnieuw gevormd. Wanneer ik denk over waar ik dan over 5 jaar sta heb ik daadwerkelijk geen idee. Heb ik de stap durven maken naar volledig ondernemerschap? Heb ik een bedrijf in ingewikkelde breinen of falen of filosofie? Ben ik een studie begonnen? Ben ik een sabbatical aan het houden? Ik heb geen idee en I love it, eerst maar eens op vakantie.

zo’n dag in de breinsmederij 175

Stil hè in de Breinsmederij? Was het je al opgevallen dat er even niet zoveel posts waren de afgelopen tijd? Of begin je me inmiddels een beetje beter te kennen en weet je dat het hollen of stilstaan is bij mij. Dat ik zoveel ideeën heb dat ik die allemaal wil delen en dat dus dan ook doe. Of dat ik zoveel ideeën heb dat ik niet weet waar te beginnen en dus ook niet begin? Tja, dan is het dus social media spam of stilte.
Natuurlijk zou ik het graag anders zien, dat ik al keurig content heb klaar staan om te posten, dat mijn workshops al gepland zijn voor de rest van het jaar en dat de folders gedrukt zijn. Maar iets houd me tegen en het begint me te dagen waarom.
 
Het lijkt me namelijk enerzijds enorm rustgevend als dat plan er ligt. Alleen ik voel ook meteen de beperking ervan. Alsof ik dan in een keurslijf van mijn bedrijf moet, terwijl ik zo geniet van de onbeperkte vrijheid ervan. Dat ik kan doen en laten wat ik wil en kan inspringen op hetgeen wat ik op dat moment ook wil. Maar als alles vast staat is die ruimte weg…..
 
En daar komt dus de aap uit de mouw, want mijn brein is gewend te denken in tegenstellingen. Het plaatst bijna automatisch het woordje ‘alles’ in de laatste zin van de vorige alinea. Alles of niets, zwart of wit, mooi of lelijk, hollen of stilstaan. Vroeger zou ik gedacht hebben dat ik nu eenmaal van de extremen ben, dat ik graag uitersten opzoek en dat middelmatig en nuance nu niet echt woorden die ik graag ook in de praktijk breng. Nu ik mindset-trainer ben weet ik dat dat toch echt de vaste mindset is die naar boven komt drijven. De gedachte ‘ik ben nu eenmaal zo’ maakt dat ik mezelf geen ruimte geef én dus vastloop in de ‘hollen of stilstaan’ tegenstelling.
 
Het probleem van tegenstellingen is dat je vooral inzoomt op de tegenstelling zelf in plaats van de onderliggende problematiek. Sterker nog door zo met die tegenstellingen bezig te zijn moet je dus ook altijd iets ergens van vinden. Is het niet van de buitenwereld, dan toch op zijn minst van de keuzes die jezelf maakt. Het stemmetje dat steeds te horen is wanneer je weer iets doet wat je niet meer zou doen, dat zegt dat je je niet mag klagen omdat je zelf ergens voor gekozen hebt. Als je dan dus enorm van hollen houdt, wil je niet te lang stil staan bij stilstaan .
Mijn voorliefde voor hollen heb ik al heel lang. O boy, wat vind ik hollen heerlijk, de adrenaline door me lijf gierend, muziek op standje 10, al die ballen de lucht in en gaan met die banaan. Een soort kick die je dan voelt, verslavend lekker, vooral als er een bal dreigt te vallen en je dat voorkomt. Hollen, I love it.
 
Helaas werd ik gedwogen stil te staan. Na jarenlang teveel gehol kwam de man met de hamer, de angst dat ik het niet meer onder controle had, mezelf niet, mijn lijf niet, mijn gezin niet, mijn werk niet. Een stemmetje dat steeds harder ging roepen dat het echt niet ok was, sterker nog dat ik niet ok was. Het verpletterende gevoel van complete stilstand en helemaal niets meer kunnen. Een naar gevoel, wat ik nooit meer hoop mee te maken en mijn afkeer van stilstaan dus nog groter maakte. Toch besefte ik me daardoor ook dat de noodzaak van eerder af en toe stilstaan groot is. En hoewel ik de jaren erna echt steeds beter leerde stilstaan, bleef het een gevecht. Stilstaan vond ik nog steeds saai, op adem komen een noodzakelijk kwaad om niet weer zo hard te vallen.
 
De afgelopen week viel het mezelf op dat ik wel heel stil was. Niet alleen op social media, ook in mijn omgeving kreeg ik terug dat ik zo stil was. In plaats van te denken, ‘wat gek dat past niet bij mij’ ging ik dieper inzoomen op dit gegeven en probeerde zo de tegenstelling en de onderlinge stukken uit één te rafelen.
 
Hollen, check, heerlijk;
Stilstaan, hmmm, best fijn nu ik dat zo bewust doe;
Of; of?!?!, hoezo óf eigenlijk?! Waarom niet én?!
Daar was ineens het antwoord. De achterliggende problematiek bij hollen of stilstaan, ligt volgens mij in het feit dat het elkaar juist nodig heeft om te kunnen bestaan. Als je niet af en toe stilstaat kun je ook niet heel hard hollen. Het is dus eigenlijk niet een kwestie van of, maar van en. Door alleen maar te kijken naar de tegenstelling zie je slechts één deel van het geheel en mis je de boodschap.
 
Serieus zeg het eens hard op en voel het verschil:
“hollen of stilstaan, hollen of stilstaan, hollen of stilstaan”.
“hollen én stilstaan, hollen én stilstaan, hollen én stilstaan”.
Voel je het verschil? Voel je de beweging die het woordje en met zich mee brengt? Dat is precies wat ik bedoel, ineens ligt de focus op de beweging en niet meer op de tegenstelling. Ineens is er ruimte in plaats van een padstelling, vrijheid in plaats van een beperking. Ineens is er weer een blog 😉.
Fijne zaterdag én zondag.

zo’n dag in de breinsmederij 64

“Doei mam” en weg is hij. Op weg naar school 4 km verder op. Ineens fietst hij zelfstandig 4 km naar school door weer en wind, elke dag van de week! Wat een contrast met nog geen vier maanden geleden. Toen ging hij met vervoer naar school, op zaterdag naar de zorgboerderij en was er weinig ruimte om letterlijk en figuurlijk in beweging te komen.

Voor een buitenstaander lijkt het misschien ‘ineens’ een enorme groeispurt, maar dit is het helemaal niet. Het is het resultaat van maanden, zo niet jaren hard werken. Eigenlijk is het een fantastisch voorbeeld van hoe het werkt met autisme. Boven water is niet te zien hoe hard werken het is onder water.

Onze zoon heeft altijd veel tijd nodig om dingen te puzzelen. Waar het voor een ander wellicht helpend is om niet veel van te voren vermelden helpt het hem juist om ver van te voren te weten wat hem te wachten stond. Het helpt om overzicht en grip te krijgen op wat er staat te gebeuren. Heel gefaseerd bouwen we dan de informatie en het detailniveau op. Af en toe melden we terloops dat het staat te gebeuren over een x aantal momenten. Eerst als een gewone melding “lekker hè fietsen” als we ergens heen gaan. Een paar weken later  wordt dit dan gevolgd door een “volgend jaar ga je elke dag fietsen”. Nog later voegen we meer consequenties toe “als je met de fiets gaat kun je de wekker 10 minuten later zetten”. Hoe groter het item hoe eerder het wordt benoemd.

Vanaf de zomervakantie 2018 weet hij dus al dat hij na de zomervakantie van 2019 elke dag moet fietsen. Fietsen is in zijn geval namelijk best een groot ding. Aangezien hij naar speciaal basisonderwijs gaat staat zijn basisschool niet bij ons in de wijk. Sterker nog hij moet dwars door een drukke dorpsstraat en 2 grote wegen oversteken. Weliswaar een veel gebruikte route door scholieren, maar dus daardoor ook een route met veel prikkels en onverwachtse momenten. Daarbij is 4 km ook best een afstandje, helemaal als je al 2 jaar van deur tot deur wordt vervoerd.  Een harde overgang is daarom niet handig en daarom hadden we  afgesproken dat hij vanaf de voorjaarsvakantie alvast 1 dag zou gaan fietsen om te wennen aan de afstand, de prikkels en de beweging.

Aldus geschiedde, behalve dat hij zelf al vond dat 1 dag eigenlijk niet echt wennen was. Hij wilde hier graag 2 van maken. We spraken af dat dit goed was, maar dat hij zich goed moest beseffen dat als hij besloot 2 dagen te gaan fietsen die week, hij voortaan altijd 2 dagen moest  fietsen. Ook als het geen lekker fietsweer was, ook als hij er even geen zin in had. Dit begreep hij volledig, in ons huis geldt immers al jaren afspraak = afspraak, ook bij de minder leuke zaken. Hij wist dus haarfijn dat, ook al zou het met bakken uit de hemel komen, hij alsnog op de fiets moest. Toch wilde hij echt 2 dagen fietsen. De week erop meldde hij dat hij eigenlijk wel drie dagen wilde fietsen. Het gesprek  herhaalde zich en wederom wilde hij toch fietsen.

 

Het gevoel van vrijheid doet hem goed, zelfregie over wanneer je vertrekt, geen overprikkeling door een heel vol busje, het gemak van flexibiliteit als je zelf kunt gaan en staan waar je wilt, het vertrouwen van je ouders dat je het kan. Waar ik de eerste week nog mee moest om hem op te halen, heeft hij in de derde week al een terugfiets afspraak gemaakt met een klasgenootje. En waar we eerst discussieerden over een tweede dag is nu het vervoer opgezegd.

Ik voel aan alles dat het gemak waarmee dit gaat het resultaat is van de veiligheid en voorspelbaarheid die we hem de afgelopen jaren hebben geboden. Door schade en schande hebben we geleerd om te gaan met zijn andere kijk op de wereld. We hebben hem verteld hoe hij kan omgaan met de wereld en beschermd door anderen te vertellen over de zijne. Maar wellicht het allerbelangrijkste we hebben niet aan hem getrokken om hem sneller te laten groeien. Iedereen groeit in zijn eigen tempo en ik ben blij dat ik heb geleerd om aan te sluiten bij dat van hem. Van daaruit kunnen we hem nu de ruimte geven om zelf op ontdekkingstocht te gaan. The sky is the limit, “Doei, vent”.

zo’n dag in de Breinsmederij 223

Ik zit vast, zulke toffe ideeën en niets komt uit mijn handen. Bij elke stap die ik bedenk voel ik alweer allerlei mitsen en maren opkomen. De Breinsmederij groeit, maar ik weet eigenlijk niet waar naar toe. Er zit geen logica in, ik wil 1 boodschap waar alles onder valt. Al is het maar mijn logica.

Omdat ik het niet weet staat het stil en daardoor mis ik de energie die werken in de Breinsmederij oplevert. De energie en de ruimte die het me oplevert om helemaal mijn eigen ding te kunnen doen, er vol voor te gaan zonder verantwoording te hoeven afleggen, zonder rekening brengen houden met mensen die niet mee kunnen in mijn tempo, mijn wispelturigheid, mijn chaos, mijn logica, mijn zijn.

Dan zou je kunnen denken dat ik dat juist vol moet gaan doen, maar daar zit de crux. Want juist doordat ik daar volledig kan zijn kan ik ook eindelijk zijn in de gewone wereld, waar het tempo nou eenmaal wat lager is, waar je te dealen hebt met mensen die je gewoon echt niet begrijpen en waar je ook gewoon elke dag om zeven uur moet opstaan om de kinderen op school te krijgen en om op tijd op je werk te verschijnen.

En kunnen zijn in de gewone wereld voelt als geluk, een gevoel waar ik heel lang heel hard naar heb gezocht maar het nooit echt heb gevonden tot nu. Ja natuurlijk was ik best tevreden met mijn leven, ik vond ook echt dat ik niets te klagen had met mijn voorspoedige leven. Maar écht ultiem gelukkig voelde het niet. En sorry, ik ben nu eenmaal van het ultieme. Ik ga voor de kers op de taart, want zonder is de taart eigenlijk geen zak aan. En natuurlijk heb ik te leren dat die taart ook zo wel lekker is of wellicht dat alleen die kers meer dan voldoende is. Maar af toe én de taart én de kers, dat is echt genieten, dat is echt geluk.

Geluk bij een ongeluk is wel dat dat echte geluk dan ook heel intens binnen komt en dat je dan dus ook echt kunt genieten van de kleine dingen die het leven mooi maken. Van het ramen wassen met mijn dochter terwijl het zonnetje ons verwarmt. Van het appverkeer met mijn oudste waarin we onszelf heerlijk op de hak nemen. Van het onder één dekentje op de bank met mijn middelste zoon  lekker burgerlijk de finale van Holland got talent kijken. Van de knuffels van mijn kinderen die ik nu ook kan ontvangen. Van de manier waarop mijn man me altijd even belt als hij onderweg is.

Afbeeldingsresultaat voor geluk

En dus moet er ook ruimte zijn voor het gewone leven. En dus, hoe paradoxaal dat wellicht ook klinkt, moet ik mezelf begrenzen in de Breinsmederij. Anders verlies ik mezelf in de oneindige mogelijkheden en kansen die ik zie en vergeet ik gewoon te leven. En juist dat inzicht maakt dat ik ook weer verder kan met de Breinsmederij.

De afgelopen tijd had ik namelijk een kip en ei discussie met mezelf. Ja, ik wil de wereld veroveren met breinsmeden, maar is dat het doel of is dat het middel? En als het het middel is wat is dan het doel? Ja, het gaat over jezelf mogen zijn als je de wereld anders ervaart. Ja, het gaat over gelijkwaardigheid, over beeldvorming, over elkaar echt zien ondanks je verschillen. Maar als ik het heb over verschillende breinen, waarom beperk ik me dan tot drie? En waarom kan het eigenlijk niet voor meer? Maar als ik voor meer ga wat is dan mijn boodschap? Al meerdere keren heb ik de homepage aangepast, geschoven met alinea’s, geknipt en geplakt, zonder echt bevredigend resultaat….en tja niet echt bevredigend voelt gewoon als echt niet…

Dus het bleef malen in mijn hoofd. Gelukkig mag dat tegenwoordig en veroordeel ik mezelf er niet meer om. De twijfel, het wikken en wegen, het alles afstemmen tot in de perfectie hoort bij mij. Ik weet alleen inmiddels dat ik wel door moet gaan en dat dan de oplossing vanzelf komt. Door de Breinsmederij te begrenzen moest ik echt terug naar mezelf. Stiekem was dat toch weer wat opgeschoven naar anderen. Anderen werden heel blij van wat ik deed, anderen gingen aan de haal met een vraag die ik ze stelde, anderen dan de beoogde doelgroep wilden hulp die ik ze ‘uiteraard’ bood. En daarmee ging de Breinsmederij weg van wat ik ermee wilde bereiken en dus ook meer weg van mij. Daarnaast was ik zelf enorm aan het ontwikkelen, maar dat is niet de Breinsmederij. Natuurlijk is het van mij, maar het is niet mij. De ontdekkingen die ik doe over wie ik ben, het graafwerk naar nog een laagje dieper, nog een stukje verder, zijn natuurlijk vaak relevant, maar niet altijd. Ik ben namelijk niet de doelgroep. Maar wie dan wel?

En dan ineens is het donderdagavond, lig je te woelen in bed en plopt de kern van de Breinsmederij zo op. En lig ik dolgelukkig, eureka!, al mijn hersenspinsels uit te typen op een klein smartphone schermpje met op de achtergrond de slaapgeluiden van mijn man, de warmte van zijn lichaam als een gloed over me heen. Zijn dichtbije aanwezigheid maakt het moment af, maakt me vol bewust van de ruimte die hij me altijd geeft om mijn weg te zoeken en het vertrouwen dat die weg goed is omdat hij van mij is. Dolgelukkig is eigenlijk een understatement, ik voel me zielsgelukkig.

Verzonden vanaf mijn Huawei mobiele telefoon

 

zo’n dag in de Breinsmederij 252

Gisteravond lag ik in bad met de Flow. Een oude, want de afgelopen tijd gunde ik me geen tijd voor gewoon even lekker bladeren in een boekje. Eigenlijk gunde ik mezelf helemaal nergens tijd voor. Of nou ja niet gunnen, ik was gewoon lekker hard aan het rennen. Hard aan het werk, hard bezig met het opzetten van de Breinsmederij, hard bezig met het onderhouden van sociale contacten, mijn tennisvaardigheden, hard bezig met het gezond houden of weer beter maken van mijn gezin door de griepgolf, hard bezig met het (willlen) uitvoeren van mijn goede voornemens. Tot afgelopen woensdag…

Wellicht heb je mijn post voorbij zien komen over de duim van mijn dochter. Een intensieve anderhalf uur met een goed einde, maar wel energieslurpend. Het was al niet zo best met mijn energie, want voor dit duimavontuur had ik al de ‘verkeerde’ auto meegenomen, waardoor de sleutels voor de voetbaltraining bij mij waren in plaats van bij mijn man. Dus kon ik rechtsomkeer van de supermarkt (ja, ik was ook al vergeten de boodschappen klaar te zetten voor de online bestelling) om de sleutels af te leveren, waardoor ik niet op tijd het eten kon klaar hebben voor mijn oudste zoon. Natuurlijk kan hij ook wel een keer een boterham, maar toch dat was niet de bedoeling…

Daarna kwam mijn middelste zoon thuis van de voetbal en bij hem horen trainen en vakantie gewoon niet bij elkaar. Maar hè, het was heerlijk weer en papa traint, dus met hangen en wurgen hadden we hem naar de training gekregen. Eigenlijk was het de hele week al hangen en wurgen voor hem, doordat we deze week niets speciaals hadden gepland. Het waren dus 10 dagen (hij heeft ook nog studiedag vandaag) van lekker luieren en zien wat de dag brengt. Niet zijn sterkste kant. We hadden keurig gezorgd voor een overzichtelijk schema, oppas met mate en heus wat leuke dingen in het verschiet, maar het mocht niet baten. Dus na de training barste voor hem ook de bom.

Kortom, woensdag voelde alsof ik was gestruikeld. Terwijl horde lopen eigenlijk mijn beste kwaliteit is. Door mijn flexibele aard en goed ontwikkelde planningsvaardigheden weet ik vaak precies hoe ik moet manoeuvreren om alle hordes goed te nemen. Alleen soms manoeuvreer ik zoveel dat ik eigenlijk niet meer weet welk pad ik aan het lopen ben. Dan wissel ik teveel tussen gezin, werk, sociaal leven,  Breinsmederij, huishouden en visa versa of andere volgorde en verdwaal ik volledig. Ik blijf maar rennen, tot iets me tot stoppen dwingt. In dit geval mijn kinderen.

Dus bleef ik even zitten op de grond en bedacht wat ik nodig had. Aan alles voelde ik dat ik nu even het rustpunt moest zijn voor de kinderen, om vandaar uit weer mijn eigen pad op te pakken. Dus de volgende ochtend vroeg ik aan mijn kinderen wat er voor nodig was om er toch nog een leuke vakantie van te maken. We maakten een planning voor de rest van de week en schrapten wat onderdelen buitenshuis. Even pas op de plaats en aandacht voor onszelf en elkaar.

 

Daarna was het tijd voor een kritische blik op mijn eigen pad. Vroeger zou ik radicaal het roer hebben omgegooid, ik moest er immers meer zijn voor de kinderen. Nu weet ik beter. Ik hou van horde lopen, gewoon lopen is saai. Ik hou van meer paden naast en soms door elkaar. Ik gedij goed onder afwisseling en ruimte om me heen. Mijn pad is prima, ik hoef alleen geen wereldrecord te verbreken. Dus ook hier geldt af en toe even inhouden voor een pas op de plaats, kijken welke hordes er voor me liggen en zorgen dat de paden niet teveel door elkaar gaan lopen. Door af en toe in bad te gaan en te bladeren in een flow. Soms zitten eye-openers in hele kleine zinnen. Wist je dat je geluksgevoel staat of valt met het kunnen afronden van projecten, hoe klein ook? Daar ligt voor mij de kern. Minder bedenken wat allemaal nog kan, maar meer doen van wat ik al had bedacht. Ik ga snel aan slag!

Zo’n dag in de Breinsmederij 2601

Sommige momenten staan in mijn geheugen gegrift. Ik weet nog waar ik was, wat ik aanhad, wie wat deed op dat moment en hoe ik me voelde. Een soort 4d filmpje zeg maar, dat automatisch wordt afgespeeld op het moment dat ik iets uit dat moment ruik, voel of zie. Het 4d effect zit hem vooral in het feit dat ik ook weer de emotie van dat moment door mijn lijf voel stromen. Alsof het net gebeurd is, maar dat is heel vaak niet het geval. Sterker nog, vaak zijn het momenten van jaren geleden.

Zo weet ik nog dat ik op de bank zat rond half zes op 2 juli 2016. De kinderen waren iets aan het kijken op tv en ik zat met een rood wijntje, één been onder mijn billen een beetje te scrollen op mijn telefoon. Mijn oog viel op de omslagfoto van de zorgboerderij van mijn middelste. Hij zat er pas net en had er ontzettend naar zijn zin. Ineens biggelden de tranen over mijn wangen, dusdanig dat ik eigenlijk geen woord kon uitspreken. Mijn man kwam aanlopen, heus gewend aan mijn grilligheid, maar toch ditmaal verbaasd over de plotselinge tranen. Ik kon hem alleen maar de foto laten zien. Ook bij hem maakte deze foto de nodige emotie los. 

Destijds schreef ik bij de foto:“voor velen gewoon een foto van 2 kinderen met kuikens, voor ons als ouders een foto waarvan we tranen van geluk in onze ogen krijgen. De details in deze foto zijn zo veelzeggend over hoe hij zich voelt op de boerderij. De handen gevouwen voor hem, het licht gebogen been dat naar buiten valt. Totale ontspanning waardoor hij in staat is contact te maken, als bewijs daarvan de volle aanraking van de voetzool van het vriendje. Ons mooie kind heeft eindelijk een plekje waar hij helemaal zichzelf kan zijn, waar de wereld gaat in een tempo wat hij aankan, waar hij de batterij kan opladen.”

Nog steeds denk ik dat het lastig voor te stellen is hoe hij in de periodes ervoor altijd, echt altijd, altijd met spanning in zijn lijfje liep. Altijd waren zijn schoudertjes hoog, altijd was de blik afgewend, altijd werd op elk woord, elke toon, elke frons, elk gebaar, elke zin gelet. Altijd was er eerst een afwijzing, een handgebaar, een teruggetrokken reactie, een schreeuw, een escalatie. Nooit was iets in een keer goed, nooit was het rustig, nooit was er echt contact.

En ineens was daar die foto, het bewijs dat we niet voor niets zo vochten voor onze zoon in hulpverleningsland. Heel veel mensen hadden heus begrip, maar gezien de introverte aard van ons kind kregen ook heel veel mensen niet mee wat voor strijd we echt voerden met ons kind. En dus werd er door menig één ook getwijfeld aan de noodzaak van bijvoorbeeld passende onderwijs op een andere school of de noodzaak van een wekelijkse gang naar een zorgboerderij. Vaak voelde ik me die zeurouder, die ook nog eens haar kind bijna afviel en vooral de nare kanten liet zien om maar te regelen dat die plek er toch echt ging komen.

En toen kwam dus die foto, de bevestiging voor ons dat we het echt bij het goede eind hadden. Dat hij een plekje nodig had om tot rust te komen, om de wereld te ontdekken op zijn manier en op zijn tempo. Om zijn batterij op te kunnen laden. Dat hij tot dan alleen maar aan het overleven was en dat hij meer nodig had dan een uurtje rustig op zijn kamer spelen. En dat als hij zo’n plekje zou hebben dat hij dan zou leren ontspannen en van daaruit andere dingen zou leren.

Het zien van de foto was dus een ontlading en terwijl ik dat 4d filmpje afspeel in mijn hoofd voel ik weer die diepe zucht die in mijn lijf zit en voel ik de tranen opwellen. Niet alleen de tranen van destijds, het gevoel dat mijn moederhart me het juiste ingaf en dat ik altijd terecht in mijn kind ben blijven geloven. Nu nee zijn het ook tranen van besef. Het besef dat we toch wel echt van ver zijn gekomen.

Dat besef is er namelijk heel vaak niet meer. Na het magische moment op de foto volgden er nog velen. De bulderende lach als hij vertelde over iets wat er gebeurd was op de boerderij, de grijns van oor tot oor tijdens een ritje op de shovel. De knuffel die ik kreeg als ik hem ophaalde en het speelse gemak waarmee hij contact maakte met zijn vriendjes. En heel fijn niet alleen op de boerderij, maar ook steeds vaker thuis was er ontspanning, tijd voor een lachje en kon een foutje in de planning opgelost worden zonder dichtslaande deur. Steeds vaker is de batterij volledig opgeladen, is hij volledig ontspannen en kan ons kind het tempo van de gewone wereld aan.

En dus is er een nieuw filmpje in mijn hoofd gemaakt. Het moment dat het acht uur ’s avonds is en hij op de vierde trede zit van de trap naar boven. Zijn ene arm hangend aan de trapleuning, de ander nonchalant over zijn linkerknie. Met zijn haar in de war en rode konen op zijn wangen. Het moment waarop hij zelf besloot dat hij niet meer naar de boerderij wilde. Dat hij heel graag wilde spelen met zijn voetbalvriendjes en dat hij ook wel eens een zaterdag niets wilde hebben. Dat hij heus nu veel beter wist hoe je een vrije dag kon invullen en dat hij inmiddels zelf kon bedenken wat hij ging doen. Dat hij meer zelfreflectie liet zien dan menig volwassene en dat het dus tijd is om hem daarin ook de regie te geven. Het tijdperk zorgboerderij is dus afgesloten, maar gelukkig hebben we de foto’s nog 😉.