Categorie: Zo’n dag in de Breinsmederij

zo’n dag in de Breinsmederij 124

Misschien heb je ze wel eens voorbij zien komen, mijn autoselfies van ons gezin als we ergens heen gaan op vakantie. Het zijn momenten waarop ik op mijn gelukkigst ben, knus bij elkaar, iedereen vol goede moed, ruimte voor elkaar ondanks de kleine ruime waar we ons in bevinden. Het gevoel bekruipt me ook wel eens als met zijn allen rondom de televisie een film bekijken of wanneer we vroeger de kinderen nog wat zoet probeerden te houden op zondagochtend. Tv aan, keuvelden kinderen om je heen en zelf nog een beetje wegsoezen.  Vaak bedacht ik me op zulke momenten dat het niet uit zou maken dat de hele wereld om ons heen zou instorten, omdat wij hier in onze magische bubbel zaten.

In mijn wildste gedachten heb ik natuurlijk nooit bedacht dat dat werkelijkheid zou worden. Dat er buiten mijn eigen veilige huisje de wereld zou instorten. De wereld instorten met Covid-19, het klinkt misschien wat dramatisch en tegelijkertijd is het misschien de waarheid. De waarheid is in ieder geval dat ik niet weet wat de situatie is. Het is surreëel, buiten mijn eigen voorstellingsvermogen. Het voelt als een slechte film of op zijn minste een nare droom. Zo één waaruit je wakker wilt worden, maar het lukt niet. En hoe meer de dagen zich in weken laten verstrijken hoe naarder dat gevoel wordt. Eerst heb je nog hoop dat het wellicht even opletten is, maar gaandeweg ontdek je dat dat ijdele hoop is. Het is de nieuwe werkelijkheid, eentje waaruit je niet kunt ontsnappen.

Ik voel me schuldig dat me een soort vakantiegevoel bekruipt wanneer de voorjaarszon uitbundig schijnt, de kinderen zich al uren zoethouden met 18, of inmiddels 12, paaseieren en we uitgebreid hebben genoten van een overdadige paasbrunch. Schuldig, in de wetenschap dat er duizenden mensen om me heen werken of leven in de “frontlinie” of in ieder geval in situaties die alles behalve als vakantiegevoel zijn te omschrijven.

In zulke grootste gedachten is er bijna geen plaats voor de kleine gedachtes. Het maakt dat bloggen ook even lastig is. Het voelt suf om nu kleine zaken op te schrijven, waarom maak ik me nu druk over het feit dat ik niet aan schoonmaken toe kom, terwijl ik zoveel tijd over zou moeten hebben?  Waarom kom ik niet tot aan die klusjes, of waarom heb ik de afgelopen week weer zoveel op mijn telefoon gezeten?

Het lijkt er niet toe te doen en toch weet ik dat het er het meest toe doet. We kunnen vanuit ons veilige bubbel niet het probleem oplossen, maar we kunnen wel zorgen dat we zelf goed en gezond door deze periode heen komen. Niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Ik weet dat ik ruimte moet geven aan het ontwaken uit de nare droom, ook al betekent het dat ik even geen raad weet met die gevoelens. Ik weet dat ik die grootse gevoelens niet moet projecteren op kleine dagelijkse situaties. Ik weet dat ik geen oordeel moet hebben over de gevoelens die me heen en weer slingeren.

Tussen weten en écht doen zitten soms alleen een wereld van verschil.

zo’n dag in de Breinsmederij 306

Misschien schreef ik ze wel vooral voor mezelf. De bedankkaartjes voor de leerkrachten van mijn middelste zoon. Hoe meer ik stil stond bij hoe dankbaar ik ze was, hoe meer ik ook mijn trots naar mijn zoon voelde groeide.

De dagen hiervoor stonden vooral in het teken van overleven. Alles is raar, niets is hetzelfde, niets blijft hetzelfde en tegelijkertijd is er nu nog niets veranderd. We leefden veel te veel in de toekomst als hij straks brugpieper is en vergaten dat het nu nog niet zover is. De energie lekte uit ons systeem en ik voelde de verwijdering van elkaar. Overmand door onze eigen emoties konden we niet meer de klik naar elkaar maken. Er was simpelweg geen ruimte voor.

Ik appte mijn tennismaatje dat ik ook even geen ruimte had om een potje te slaan. Lief probeerde ze me nog over te halen, maar alleen al de gedachte dat ik bij thuiskomst weer een strijd moest aangaan om de verbinding te zoeken met de kinderen maakte me moe op voorhand. Verbinding zoeken is hetgeen ik het liefste doe en het gevoel daar geen ruimte voor te hebben maakt me moe en eenzaam. Ik voelde hoe ik niet eens de energie had om de tranen te laten stromen.

Tot ik het vierde kaartje had geschreven. Een kaartje waarin wederom de kern was hoe fijn het was dat de leerkracht in kwestie onze zoon zag hoe hij was. Niet met zijn diagnose, niet met zijn belemmeringen, maar gewoon mijn zoon. Het was geen standaardtekst die ik ze mee gaf en toch was dit elke keer weer de strekking. Bij allemaal voel je dat ze de kinderen een veilige haven bieden. Een haven die er altijd is, maar waar je wel wordt gestimuleerd er af en toe eens op uit te varen. Ze varen zelfs met je mee als je het echt heel spannend vindt, maar varen doen we. Tot het even niet meer gaat en dan is het helemaal ok om even in de haven te blijven liggen.

Wat me het meest heeft geraakt is dat geen van hen deed alsof ze het wel wisten. Ze durfden zich kwetsbaar op te stellen en af en toe ook aan te geven dat ook zij het niet wisten. Het was mooi om te zien hoe ze buiten de systemen en de protocollen een weg zochten, omdat onze zoon nu eenmaal niet te vangen is in een hokje. Juist daardoor konden we samen de beste weg bewandelen. Juist daardoor durfden wij als ouders ook te vertrouwen op hun expertise. Het was geweldig om samen met ze te zorgen dat onze zoon nu klaar is voor de grote wereld om hem heen.

Bij het schrijven van de bedank kaartjes voelde ik de trots en de dankbaarheid dus groeien. Al makende voelde ik de angst weer terug zakken, ruimte makend voor de tranen die daarna wel wilde stromen. Want dat is wat ik de afgelopen weken vooral heb gevoeld. Het is tijd om voorgoed de veilige haven van de Panta Rhei te verlaten. Het afscheid kwam steeds dichterbij en de angst om wat komen gaat nam de overhand. Daarvoor liggen de pijnlijke herinnering aan de (s)t(r)ijd vóór deze school nog te dicht bij de oppervlakte. Ik praatte vaak tegen mijn zoon over zijn spanning en angsten voor de nieuwe school, maar door de kaartjes besefte ik ineens dat ik diezelfde spanning en angsten heb.

En door het schrijven van die kaartjes besefte ik ook weer wat een inmense groei mijn zoon heeft doorgemaakt. Want natuurlijk is het spannend en zullen we volgend jaar echt nog heel veel zeilen moeten bijzetten. Maar inmiddels hebben we er een fantastische stuurman bij, eentje die vertrouwen heeft in zijn eigen kunnen en weet wanneer hij  om hulp moet vragen. Eentje die op weg gaat naar een geweldige toekomst.

zo’n dag in de Breinsmederij 213

Ik vlieg uit de bocht, mijn stem is te luid, ik zit te dicht op de camera, mijn toon is te scherp. Wanneer ik uitgesproken ben merk ik aan de reactie van de ander dat dat niet alleen mijn eigen gevoel is, maar ook hoe zij het ervaart. Het gesprek verstompt en , in dit geval, gelukkig zijn er andere stemmen die het gesprek overnemen.

Achteraf weet ik precies hoe het komt, het was mijn zoveelste skype gesprek afgelopen week. Die ervaar ik als dodelijk vermoeiend. Nog los van de verbinding die af en toe hapert of nog erger soms helemaal wegvalt, lopen deze gesprekken moeizaam. Iedereen probeert wat te zeggen, maar je hoort niet altijd wie er aan het woord is. Waar je elkaar dan normaal even een blik kan geven en daardoor non verbaal afstemt wie er door kan gaan, werkt dat online niet.

Ik vaar op de non verbale communicatie die plaats vindt in een gesprek. De opgetrokken wenkbrauw, de bewegingen van de hand, het geschuif en gefrunnik aan eigen papieren, spullen of lichaam, de klankkleur van een stem. De oogopslag die opleeft als er iets wordt gezegd wat er toe doet. De spiegelende reflexen in elkaars houding die van het gesprek een soort dans maken.

Met online vergaderen is dat er allemaal niet. En waar ik blijkbaar die non verbale signalen automatisch registreer, moet ik me nu tot het uiterste concentreren op wat er gezegd wordt. Om vervolgens zelf maar een invulling te geven aan hoe het wordt gezegd. Om dat vervolgens weer te toetsen aan de reactie van anderen en zelf dus daarin ook nog ergens aangehaakt te blijven. Dodelijk vermoeiend dus.

In zo’n online vergadering is er ook altijd alleen maar de groep. Je kunt geen bondje hebben met de persoon naast je of schuin tegenover je, je kunt niet even off topic een grapje maken zonder dat dat de vergadering stoort. Hierdoor mis ik de verbinding met de collega’s die ik normaal wel ervaar. En de bescherming om me af en toe even terug te trekken, zonder dat ik dan het gevoel heb dat ik niet meer deelneem aan het gesprek.

Het is grappig om te merken dat ik zelf deze ogenschijnlijke manier van efficiënt vergaderen dus hekel. Ik herken mezelf als een collega die graag heel efficiënt en doelgericht te werk gaat en dat soms ook teveel uitstraal. Maar dit bewijst maar weer eens dat te efficiënt soms averechts werkt. Het is belangrijk dat we ook aandacht geven aan de verbinding die we hebben tot elkaar en dat dat verder gaat dan het onderwerp dat je met elkaar te bespreken hebt.

Zelf leerde ik gaandeweg dat het helpend kan zijn om voor of na een groepsgesprek nog even met iemand te bellen die ook deelnam aan de vergaderen. Net zoals je normaal samen de vergadering kletsend verlaat. Om de vergadering even plenair stil te leggen en even in groepjes uit elkaar te gaan om dan na 15 minuten weer samen te komen. Om niet van de ene skype vergadering in de andere te hollen, omdat je niet zoals in real life even de tijd kan nemen om aan te voelen wat de sfeer is als de vergadering direct begint.

Maar bovenal leerde ik weer hoe werk zoveel meer is dan een taak uitvoeren, hoe fijn het is om een onderdeel te zijn van een groep mensen en hoe ontzettend fijn het is dat er ruimte is om ongenuanceerd uit de bocht te vliegen. Dat het fijn is dat er mensen zijn die voor je zorgen als je ergens tegen aanloopt en dat er collega’s zijn die na een kwartier bellen zeggen ‘goh, waarom belde ik je nu eigenlijk?”. Juist in deze tijd van heel veel thuiswerken zijn de collega’s ontzettend belangrijk, zorg goed voor elkaar.

 

 

zo’n dag in de Breinsmederij 182

Juist nu ik heb besloten niet meer te bloggen over mijn kinderen, wil ik er speciaal nog één schrijven voor mijn oudste. Mijn oudste komt zelden voor in mijn blogs. Niet omdat hij minder uitdagingen in zijn leven ervaart, niet omdat hij minder anekdote waardige verhalen meemaakt, maar omdat hij zelf al actief deelneemt aan het sociale leven. Hij leest mijn blogs, de reacties die ze soms ontlokken en het delen van zijn leerweg voelt als een inbreuk op zijn privacy. Precies de reden dat ik ook niet meer ga bloggen over mijn andere kinderen.

En toch verdient hij een podium, een spotlight. De afgelopen 4 jaar zijn een rollercoaster voor hem geweest. Zijn hele schoolcarrière zijn we op zoek geweest om hem met meer plezier naar school te laten gaan. En toepasselijker kan het niet voor een blog in de Breinsmederij, daarin zijn we gefaald. Alle verrijkingsgroepen, pluswerk, rekentijgers, taxanomieën, sociaal vaardigheidstrainingen, gesprekken met professionals, testen, ziekenhuisbezoeken, versnellen en vertragen ten spijt, het is ons niet gelukt.

Vorig jaar was wellicht het hardste gelach toen bleek dat hij het jaar nogmaals zou moeten overdoen. Bizar voor een jongen waar niemand twijfelt aan zijn kunnen, maar wel de werkelijkheid. Aan de andere kant een verademing blijkt achteraf, want hij hoeft niet meer. Hij hoeft niet meer te laten zien dat hij wel kan en dat hij heus in zich heeft. Hij hoeft niet meer fronzende blikken te beantwoorden als ze horen dat hij met zijn 12 jaar in 2 gymnasium+ zit en alleen maar te knikken dat hij inderdaad in de tweede zit met zijn 13 jaar. Een verademing voor een jongen die niet graag de uitzondering is.

En dan is er een proefwerkweek, na 6 nachtmerries van proefwerkweken, waarin alles klopt zoals het in zijn wildste dromen zou gebeuren . Er is werkelijk niets aan te merken op de manier waarop er wordt gepland, wordt gechillt, wordt geleerd, wordt geoefend en waarop toetsen worden gemaakt. Alles volledig zelfstandig en vol vertrouwen. Het resultaat is er dan ook daar, voor het eerst een periode waar hij ontspannen omgaat met druk.

 

 

Het accepteren van het feit dat het niet ons niet zou gaan lukken heeft dus parodoxaal gezien gezorgd voor het feit dat het nu allemaal wel lukt. En meer dan dat, het heeft onze band enorm versterkt. Samen leerden we om elkaar te vertrouwen in wat we zeggen en ons zesde zintuig soms te laten zijn voor wat het is. Hij leerde van mij dat je kunt spelen met je focus om toch een leuke dag te hebben en dat kleine veranderingen groots effect kunnen hebben. Ik leerde van hem dat het niet altijd zonde is als je niet het maximale uit het leven haalt en dat je heus niet je talenten verkwanselt als je daar even niet iets actiefs mee doet.

Als klein mannetje kon hij parmantig kijken naar zijn eigen bouwsels, creaties en overwinningen. Hij keek je dan aan met een glinstering in zijn ogen, klapte in zijn handen en riep ‘het lukket, het lukket.’ Yes kerel, het lukket!!!

 

zo’n dag in de Breinsmederij 281

“Mijn interne motivatie is gewoon stuk.” Ik hoorde het haar zeggen en meteen waren mijn oren gespitst. Sowieso was ik een en al oor, omdat de uitzending van DWDD inging op de film “Mind my mind” van Floor Adams. Een animatiefilm waarin je in het hoofd van iemand met autisme kunt kijken. Zelfs door de echte kenners ( ja juist, mensen met autisme) een echte aanrader, omdat het zo goed weer geeft hoe het gaat in hun hoofd.

still uit Mind your Mind

De opmerking over de interne motivatie kwam van een dame met autisme, die in een paar zinnen schetste waar ik dagelijks tegen aan loop bij mijn zoon. Als je eenmaal bezig bent, als je weet waar je het voor doet, als het zin heeft, dan lukt alles. Maar ja, als…. Want als als er niet is kun je dus net zo goed in je bed blijven liggen. Dan gebeurt er niets, nada, noppes en kan er ineens helemaal niets.

Het is het gevecht wat ik keer op keer voer en waar ik de afgelopen weken weer veelvuldig tegen aan ben gelopen. True, mijn ruimte hiervoor is minder nu ik zelf mijn weg aan het vinden ben in mijn nieuwe baan, maar toch. De energie die het me kost om hem in beweging te krijgen weegt niet op tegen de energie die ik krijg van het zien van de meest fantastische tekeningen, bouwwerken en baksels. Natuurlijk ben ik trots als hij zelf in het nawoord van een werkstuk kan reflecteren op het feit dat het op gang komen langer duurt dan het daadwerkelijk maken van het werkstuk. Sterker nog dat hij, het werkstuk erop, noteert dat het hem opvalt dat het al makkelijker ging dan de vorige keer.

Alleen dat trotse moment dat binnen komt en ik binnen 18 seconden lees kan ik nog wel rekken naar 18 minuten, maar niet naar de 18 uur die het ons daadwerkelijk kostte om het te maken. Ook niet in de wetenschap dat het een investering is voor de toekomst als hij straks op het reguliere voortgezet ook hier tegen aan gaat lopen. Vooral niet omdat ik weet dat zodra hij het op school heeft ingeleverd er weer die middag komt waarin hij niet weet wat hij moet gaan.

En dan hoor ik dus die zin, mijn interne motivatie is gewoon stuk..

Ik realiseer me ineens dat ik, ondanks mijn enorme begrip voor het anders zijn, de andere werking, de bewustwording voor de consequentie in het dagelijkse leven, ook ik trap in de valkuil van anderen. Misschien op een diepere manier, voorbij alle trucjes en oplossingen, maar ik trap er wel in.

Ik probeer mijn zoon namelijk te laten dealen met het gevoel van onvermogen, van niet weten, van verveling, van zinloosheid op een manier die voor mij werkt. Of nog niet eens op specifiek mijn manier, ik draag andere voorbeelden aan, vuur ideeën op hem, benadruk de goede momenten en onderstreep lessen te leren. Allemaal manieren zoals ik ze ken vanuit een brein zonder autisme. Nou ja, ik zorg heus wel dat ik juist visa versa werk, vanuit de details het grote geheel opbouwen, maar feitelijk is dat alleen maar een soort omgekeerde manier. Het is een soort truckje vanuit een brein zonder autisme voor een brein met autisme. Ik geef hem alle ruimte om te ontdekken wie hij is en ook daar gaat het mis. Vanuit alle ruimte is het namelijk ondoenlijk iets te kiezen om dan ook echt iets te gaan doen.

Ik hoor de nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee in mijn hoofd al als ik bedenk wat hij kan doen. Zijn mechanisme om een halt te roepen aan de chaos in zijn hoofd. Ik voel de stress bij hem oplopen en merk hoe harder ik trek hoe vaster hij komt te zitten.

En dan hoor ik dus die zin, mijn interne motovatie is stuk.

Ik besef dan hoe bevrijdend die opmerking voor me werkt. Sommige dingen zijn stuk en kunnen niet worden gemaakt. Dus hoe ik ook mijn best doe, dit kan niet worden gemaakt. Vanaf het moment dat ik dat besef en echt laat doordringen, ontstaat er weer rust.

Ik vertel mijn zoon hoe ik worstel met al het bovenstaande, hoe graag ik hem wil helpen, hoe ik het hem gun dat hij makkelijker door de dag zou gaan. En dat ik niet weet hoe ik hem kan helpen. Dat ik stop met aanjagen, opjutten, uit de tent lokken, activeren, bewust negeren, omdat ik zie dat het niets oplevert behalve frustratie. Dat ik me weer ontzettend bewust ben dat zijn brein anders werkt en dat ik niet weet hoe. Dat hij wel weet hoe en dat we dus samen een weg moeten vinden in hoe hij mij dat duidelijk kan maken, zodat ik hem kan helpen. Hij zucht diep en is zelfs in staat me een dikke knuffel te geven.

Die ene zin, mijn interne motivatie is stuk…

Soms is die ene zin die je ergens oppakt in het verhaal van een ander, de trigger die je vastlopende brein nodig heeft in om weer verder te komen. Het is de reden dat ik graag blog, omdat ik weet hoe fijn het kan zijn om die herkenning te lezen. Om te lezen dat je helemaal niet zo anders bent, maar ook om ideeën op te doen, om mee te gaan op de beweging van een ander.

Soms heb je misschien niet de energie of het vermogen om zelf te starten, maar kun je mee op de beweging van een ander. Soms mag iets gewoon stuk zijn.

zo’n dag in de Breinsmederij 251

Tranen biggelen over haar wangen, als een echte dramaqueen snakt ze naar adem. En hoewel ik weet dat ze haar emoties soms graag ten tonele spreidt, hoor ik ook haar echte verdriet. Hoe ze vast zit in haar wil om het te kunnen, het wantrouwen dat het niet gaat lukken en het besef dat het zomaar wel eens een geslaagde poging kan worden.

Al een jaar lang zijn we bezig om haar echt te laten stoppen met duimen. Eerder deden we ook wel pogingen, maar deze stranden dan toch altijd weer na 2 weken goed erop letten. Afgelopen jaar verslapte onze aandacht ook heus wel eens, maar door de gang naar de logopedie was er een continue reminder aan de duim die er nog steeds continue inplopt. Fases ging het goed, stickervellen vol die streng overnieuw begonnen als ze een nacht toch weer betrapt was. Andere fases ging het minder en verdween de duim, met nagellak en tape al, zo weer in haar mond.

Ik hoor hoe ze een verwoede poging doet om haar adem terug te vinden en woorden te zoeken voor haar verdriet. Ze snikt dat ze hem zo ontzettend mist en begint weer hard te huilen als ik haar zeg dat ik dat heel goed begrijp. Al 7,5 jaar lang is het haar steun en toeverlaat, ik heb zelfs een echo van haar in mijn buik waar ze haar duim in haar mond heeft. Het is niet zomaar een gewoonte, het is haar steun en toeverlaat. De duim, vast aan haar hand, waarmee ze zich kan verschuilen als ze de wereld een beetje spannend vindt. Alsof ze door die beweging een soort beschermlaagje voor zichzelf creeërt. En nu valt dat laagje weg.

Of eigenlijk zit er nu een laagje over haar duim, want ze heeft nu twee duimhoesjes die over haar duimen gaan. Vastgeklikt bij haar pols, zodat ze niet afkunnen en dik genoeg dat dat niet meer lekker is in je mond. En door dat laagje is ze zich er dus nu heel bewust van dat ze niet meer kan duimen. De duimen zijn als het ware verdwenen achter de hoesjes, waardoor er in haar hoofd een error lijkt te ontstaan. Ze wil heel graag, maar het kan gewoon niet.

Paradoxaal genoeg ontstaat er door dat vastzittende gevoel ruimte om dat een plek te geven. Gedurende de week worden de tranen minder en het geloof dat ze zonder kan groter. Waar ze in het begin nog alleen maar kan focussen op de eerste minuut die gaat komen en hoe ze niet weet hoe ze daardoor gaat komen, vraagt ze gaandeweg alleen nog of we denken dat het haar gaat lukken. Wanneer we dat beamen draait ze zich om, schuift haar handen onder de deken tot haar kin en mompelt ze dat ze dat ook wel denkt. Om vervolgens gisteravond achteraan te plakken; ‘ ik ben ook best trots op mezelf dat het al twee weken lukt, anders zou ik mijn duim nog even opsteken, maar ja…’. En dan weten ook wij, deze keer gaan we het langer volhouden dan 2 weken, want onze dramaqueen heeft haar lach weer gevonden.

zo’n dag in de Breinsmederij 171

Al anderhalf jaar geleden viel mijn oog op een klein artikeltje in de Happi.kidz. Het ging over de tafelschikking aan tafel en hoe het hoort. Hoe klein het artikeltje ook was, het bleef door mijn hoofd spoken. Bij zulke artikeltjes gaan mijn haren altijd recht overeind staan. Hoezo hoe het hoort?? Wie bepaalt dat? Ik toch zeker zelf! Tegelijkertijd vind ik het bere-interessant hoe we blijkbaar ons toch ook vaak stereotype gedragen en hoeveel waarheid er in zit.

De ouders horen naast elkaar te zitten als ouderteam (ok klinkt goed), de vrouw links en de man rechts van haar (hoezo links?). De kinderen zitten daar recht tegenover, op de kindplaats (oeh naar woord). De oudste zoon tegenover de vader (ok vanuit historisch perspectief kan ik dat begrijpen), maar als de oudste een dochter is (alleen al dat woordje maar……) ( o nee, wacht dat woordje maar heeft mijn eigen brein erin gefietst), correctie EN als de oudste een dochter is zit ze tegenover haar moeder. (why??). (O wacht, dat staat in de zin erna) Omdat jongens toch naar hun vader kijken en meisjes naar hun moeder (ok ok, klopt) (of nou ja, in ieder geval bij ons thuis) (hmmm, hoe kijk ik eigenlijk naar mijn ouders) (o, nee het ging over mijn eigen gezin). Zo geef je aan wie de verantwoordelijkheid heeft in het gezin (nou nou, we hebben het alleen over aan tafel zitten hè) en maak je duidelijk dat kinderen niets hoeven op te lossen (goed punt).

Toch jammer dat we het op alle punten fout blijken te doen, of nou ja in ieder geval lijken te doen. Ik zit niet naast mijn man, maar wel tegenover hem (dan zijn we ook een ouderteam toch?) aan de ene kant zitten mijn oudste en jongste tegenover elkaar. De jongste (een meisje) zit naast mij (hmm wederom fout, alhoewel ze naast mij zit omdat ze het zo fijn vindt naast mij, misschien kijkt ze daarmee ook een beetje tegen me op? Ieuw dat klinkt niet fijn tegen me opkijken, dat hoeft ze helemaal niet, zou ze dat doen??) Op kop zit onze middelste, een overblijfsel van de autismebegeleiding van waaruit we leerden dat het prettiger voor hem is als er niemand tegenover hem zit (waar!).

Lijken te doen, want ondanks dat we feitelijk niet zitten op de plek zoals het systematisch zou horen nemen we wel heel bewust onze plek in aan tafel. Of wisselen we soms ook heel bewust weer van plekje. Niet om ons aan te passen aan hoe het hoort, maar om de kinderen in een veilige setting te laten ervaren wat sommige dingen met je kunnen doen.

Zo maken we nu weer een beweging om de middelste juist weer naast iemand te zetten, zodat hij vast kan wennen aan iemand naast hem én tegenover hem als voorbereiding op de middelbare school straks. In die beweging nemen we dan meteen mee dat papa het nu niet fijn vindt ingeklemd te zitten tussen 2 kinderen en dat de oudste ook wel eens een plekje wil kiezen, ondanks dat hij geen voorkeur heeft.

En mijn plekje? Ik hou niet van een vast plekje, dus ik zit bij het ontbijt ergens anders dan bij het diner en drink mijn kopje koffie op weer een andere stoel. Altijd ergens anders, dat is ook een systeem, mijn systeem.

 

Zo’n dag in de Breinsmederij 0101

Het is 02.10 uur en ik lig te malen in bed. 2020 is zojuist begonnen en het gelukzalige moment van cocoonen met mijn gezin, beseffen wat voor ontzettende geluksvogel je bent met zo’n fijne thuishaven, sterker nog het voelen in elke vezel van je lijf is nauwelijks voorbij. Ik hoor de gelukzalige zuchten van mijn dochter nog die in slaap valt, het geluid van het dekbed van mijn zoon die zich heerlijk nestelt in zijn bed en voel het warme lijf van mijn man met zijn geruststellende rustige ademhaling. Zijn lijf rustig op en neer als houvast voor mijn gedachtes die overal heen schieten.
 
Ik voel me het meest gelukkige mens op aarde en tegelijkertijd vervloek ik mezelf om dat ik daar niet gewoon gelukkig mee kan zijn. Het leven is goed zoals het is, hier in het vakantiehuisje op Ameland, maar ook thuis. Op vakantie lijkt alleen alles te vertragen en heb ik ook in de praktijk genoeg aan minder. Een spelletje, een paar goede boeken, mijn haaknaald, een heerlijke douche en natuurschoon als je zelfs nog maar de deur open doet. Tijd voor mezelf en tijd voor elkaar. Waarom kan het leven niet altijd zo zijn?
 
Ik baal dat ik niet gewoon kan genieten dat mijn nieuwe baan een schot in de roos is. Een plek met een uitdaging die bij me past, met collega’s waar ik mezelf kan zijn en waar ruimte is voor mij als mens, werknemer en ook als moeder. Alles klopt en toch klopt het niet. En waarom…. omdat ik mijn bedrijf niet kan loslaten.
 
De afgelopen periode was ik natuurlijk ook druk met mijn nieuwe baan, nieuw ritme en indrukken verwerken. Maar eigenlijk was ik drukker met de Breinsmederij. Het lukt me maar niet het los te laten. Ik wil wel wat anders proberen, opnieuw proberen, andere vorm vinden, verder bouwen op wat ik al had, etcetera, maar het lukt me niet om het te laten. Ik blijf malen over hoe ik dan wel iets kan doen om meer mensen te bereiken, trainingen te kunnen blijven geven en te delen van al het goeds wat ik zelf als een verrijking heb ervaren. Alleen met dat delen komt mijn moedergevoel ook steeds meer in het geding, want mijn kinderen hebben recht op hun privacy. En hoewel ik vind dat me meer zouden moeten delen van hoe het werkelijk is en niet van hoe we zouden willen dat het is, wil ik dat niet toepassen op mijn kinderen. En hoewel ik vind dat de wereld nog enorm veel te leren heeft over autisme en hoogbegaafdheid, een bedrijf wat zich daar op richt voelt weer te klein voor mezelf. Als er namelijk iets is wat ik geleerd heb het afgelopen jaar is dat hoe meer ik laat zien waar mijn bijzondere brein gezin mee worstelt, hoe herkenbaarder dat is voor menigeen die niet perse in een hokje past. Falen is natuurlijk wel een heel helder ijkpunt en best toepasbaar op een breder publiek, maar hoe meer ik het falen omarm, hoe meer ik er achter kom dat het misschien wel niet om falen gaat. Falen is zeker een onderdeel van wat ik doe, maar niet de kern.
Zo buitelen de gedachtes weer over elkaar en kom ik voor de honderdste keer op de vraag, maar wat is dan wel de kern? Daarbij wetende dat als ik de kern te pakken heb, ik er eigenlijk al weer klaar mee ben. Het verschil nu is alleen dat het 1 januari is en dat druk legt op mijn gedachtes. Alsof het nu nog meer noodzaak is om het antwoord te vinden om te zorgen dat ik….
 
Dat ik wat… en dan stokken mijn gedachtes direct. Dat ik wat… dat ik… dat… nou ja, dat…. ik weet het niet. Maar echt.. ik weet het niet. Ik sta geblokkeerd, ik kan niet meer nadenken en het enige wat ik zie en voel is een zwart leeg gat. Mijn adem stokt en ik voel lichte paniek.
 
En dan hoor ik mijn man een extra diepe teug adem halen alsof hij zelfs onbewust mij een signaal geeft dat ik gewoon moet blijven ademhalen. Ik adem een paar keer met hem mee en geef me over aan de beweging van mijn borstkas. Tegelijk besef ik me dat dat dus het probleem is, ik weet niet waar ik heen ga en in plaats van wat te doen, haper ik en blijf ik vast zitten. Eigenlijk best een mooi inzicht op 1 januari. Ik weet niet waar ik heen ga, waar de Breinsmederij heen gaat, maar ik weet wel dat ik moet blijven bewegen.
 
Ik wens mezelf dan ook een bewogen 2020 en aangezien ik hoop dat je ook wat uit mijn blog haalt, jou dus ook!

Zo’n dag in de Breinsmederij 1412

15 paar ogen kijken me verwachtingsvol aan, de voorzitster heeft me zojuist geïntroduceerd en aan mij nu de schone taak in 5 rake zinnen mezelf voor te stellen. Nou ja, 5, dat heb ik er zelf van gemaakt want het moet kort en krachtig. Althans, ook dat heb ik er zelf van gemaakt. In mijn hoofd heb ik wel allerlei varianten gemaakt, maar echt lekker lopen die verhaaltjes niet. Moet ik nu wel wat zeggen over de Breinsmederij, wel of niet wat vertellen over mijn privé en wat moet ik zeggen over wat ik ga doen. Het is een nieuwe functie waarbij de exacte inhoud nog bepaald moet worden, dus ja euhhhhh…. Daarbij heb ik sommige van de aanwezigen al wel gesproken en anderen weer pas net een hand geschud, dus wat is dan passend??? Meest irritante is nog wel dat ik de enige ben die me gaat voorstellen dus ik kan me ook niet vasthouden aan het ritme wat ontstaat in zo’n voorstelronde…aaaaargh.

Ik weet dat ik dit soort momenten haat en dat mijn brein dan volledig met me aan de haal gaat. Daardoor gaat mijn ademhaling ook direct stokken en ook nu hoor ik mijn stem weer trillen. Zo irritant, want ik weet hoe belangrijk de eerste indruk is. Zeker als trainer moet ik toch wel gewend zijn aan de aandacht die op mij is gericht is, dus wat zit ik moeilijk te doen? Lekker professioneel ook dat je dan zit te stotteren terwijl je vertelt dat je graag mensen meeneemt in een verhaal….ze zullen wel denken… Ik worstel me door de 5, 8, 2, of 9 zinnen heen. Ik heb echt geen idee meer wat ik heb gezegd.

Wat een schril contrast met de week ervoor , waarbij ik na afloop van een trainingssessie vanuit de Breinsmederij nog de vraag kreeg van een deelneemster of ik ooit wel eens onzeker was. Ze was zo onder de indruk van mijn rustige zelfverzekerde uitstraling, waarbij ik moeiteloos inspeelde om dat wat er gebeurde en precies de juiste dingen zei op het juiste moment. Mijn reactie daarop was een grote schaterlach, wetende dat alleen een volmondig JA een passend antwoord was.

Ik stuurde haar een berichtje na de bewuste vergadering en gaf aan dat ik met nog klamme handjes haar wilde bedanken voor haar opmerking die week ervoor. Dankzij dat moment en de herinnering daaraan kon ik namelijk het gevoel van onzekerheid, er niet bij horen, ik tegen de rest en de enorme lading die ik ophing aan die ene minuut in die vergadering een plekje geven. Nee, ik heb niet op de meest daadkrachtige manier mezelf voorgesteld en ja mijn stem haperde. Maar voor die 15 anderen was ik 1 minuut in een vergadering van 90 minuten en waren ze mijn trillende stem allang weer vergeten toen er een verhitte discussie ontstond over een ander onderwerp. Door te beseffen dat ik niet alleen ben zoals in die ene minuut, maar ook kan zijn zoals die 240 minuten in de training van vorige week gaf ik mezelf weer ruimte. Ademruimte om daarna in elke kennismaking geen enkele last meer te hebben van trillende stem, sterker nog om in die gesprekken niet meer bezig te zijn met mezelf maar met die ander om te doen waarvoor een kennismakingsgesprek bedoeld is, kennismaken met de ANDER.

zo’n dag in de Breinsmederij 611

We zitten in de auto, mijn man rijdt. Een oase van rust, ondanks de radio die met behoorlijk volume aanstaat. Soms klinkt er een kleine opmerking over een liedje, een medeweggebruiker of een ingeving die plots invalt, verder heerst er vooral stilte. We hebben de kinderen afgezet voor een logeerpartij en gaan samen 1 hele nacht naar Utrecht. Ja, een nacht, want voor iedereen weer klaar is en afgezet is het alweer eind van de middag. Het deert ons niet, we hoeven namelijk even helemaal niets. En dus hoeven we ook even niets te zeggen, gewoon samen in een auto is genoeg.

We zaten in de auto, mijn man reed. Het was stil in de auto, ik staarde naar buiten. Gedachtes buitelden over elkaar heen, vooral over het weekend wat voor de boeg stond. Eindelijk waren de kinderen een keer logeren en konden we samen er op uit. Weken had ik er naar uit gekeken om samen weer eens wat te doen. In de auto wachtte ik gespannen of mijn man nu eens wat ging zeggen, maar helaas. Om een gesprek te voeren moest ik weer eens starten, zoals altijd… Ik besloot recalcitrant niets te roepen en dus verliep de reis verder geluidloos. Mijn man neuriede mee met de radio, maar ik verbeet me steeds meer. Waarom kon het ook nooit eens gemakkelijk gaan??

Afgelopen weekend viel me weer eens op hoe groei soms niet snel zichtbaar is, maar soms juist pas na een hele lange periode. Tussen beide autoritjes zit een jaar of 4. 4 jaar waarin ik heel bewust bezig ben geweest met mijn lat, moeten, compenseren en verwachtingsmanagement. Natuurlijk weet en voel ik dat ik een groei als mens doorgemaakt heb, al was het maar door de Breinsmederij, maar soms vergeet je hoe groots die groei is. Waar ik in het begin nog bezig ben geweest met dat ik me nooit meer zo naar wilde voelen als destijds, is dat gevoel helemaal weg. Mijn angst om te vallen heb ik overwonnen met vertrouwen in mezelf. Met speels gemak beweeg ik mee met alles wat er op me afkomt, doordat niet het vallen centraal staat, maar ikzelf. Sterker nog ik reageer niet meer enkel op wat er gaat komen, ik durf ook zelf weer dingen aan te gaan. Of misschien nog wel belangrijker ik durf dingen te laten.

In een weekendje weg hoef ik niet meer vanuit het beste hotel voor de beste prijs de leukste tips in de praktijk te brengen van die ene blog waar je getipt wordt op de pareltjes.  Ik hoef niet meer het meest gezellige weekend ooit te hebben met heel veel plezier en diepe gesprekken. Ik hoef niet meer vanaf de eerste kilometer op de juiste golflengte met mijn man te zitten.

Het resultaat daarvan is een heerlijk weekend ontspannen, waarin we meer deden dan ik vooraf had bedacht. Gewoon omdat we er zin in hadden. Maar het grootste resultaat valt me pas op bij het schrijven van deze blog. Wanneer de zinnen zich ontwikkelen valt me op dat ik in de eerste alinea vanuit een ons perspectief praat en bij de tweede vanuit mijn eigen perspectief. Zonder er over na te denken, of het bewust in te zetten, is mijn boodschap duidelijk. Door los te laten heb je meer houvast.