Categorie: Blog

zo’n dag in de breinsmederij 175

Stil hè in de Breinsmederij? Was het je al opgevallen dat er even niet zoveel posts waren de afgelopen tijd? Of begin je me inmiddels een beetje beter te kennen en weet je dat het hollen of stilstaan is bij mij. Dat ik zoveel ideeën heb dat ik die allemaal wil delen en dat dus dan ook doe. Of dat ik zoveel ideeën heb dat ik niet weet waar te beginnen en dus ook niet begin? Tja, dan is het dus social media spam of stilte.
Natuurlijk zou ik het graag anders zien, dat ik al keurig content heb klaar staan om te posten, dat mijn workshops al gepland zijn voor de rest van het jaar en dat de folders gedrukt zijn. Maar iets houd me tegen en het begint me te dagen waarom.
 
Het lijkt me namelijk enerzijds enorm rustgevend als dat plan er ligt. Alleen ik voel ook meteen de beperking ervan. Alsof ik dan in een keurslijf van mijn bedrijf moet, terwijl ik zo geniet van de onbeperkte vrijheid ervan. Dat ik kan doen en laten wat ik wil en kan inspringen op hetgeen wat ik op dat moment ook wil. Maar als alles vast staat is die ruimte weg…..
 
En daar komt dus de aap uit de mouw, want mijn brein is gewend te denken in tegenstellingen. Het plaatst bijna automatisch het woordje ‘alles’ in de laatste zin van de vorige alinea. Alles of niets, zwart of wit, mooi of lelijk, hollen of stilstaan. Vroeger zou ik gedacht hebben dat ik nu eenmaal van de extremen ben, dat ik graag uitersten opzoek en dat middelmatig en nuance nu niet echt woorden die ik graag ook in de praktijk breng. Nu ik mindset-trainer ben weet ik dat dat toch echt de vaste mindset is die naar boven komt drijven. De gedachte ‘ik ben nu eenmaal zo’ maakt dat ik mezelf geen ruimte geef én dus vastloop in de ‘hollen of stilstaan’ tegenstelling.
 
Het probleem van tegenstellingen is dat je vooral inzoomt op de tegenstelling zelf in plaats van de onderliggende problematiek. Sterker nog door zo met die tegenstellingen bezig te zijn moet je dus ook altijd iets ergens van vinden. Is het niet van de buitenwereld, dan toch op zijn minst van de keuzes die jezelf maakt. Het stemmetje dat steeds te horen is wanneer je weer iets doet wat je niet meer zou doen, dat zegt dat je je niet mag klagen omdat je zelf ergens voor gekozen hebt. Als je dan dus enorm van hollen houdt, wil je niet te lang stil staan bij stilstaan .
Mijn voorliefde voor hollen heb ik al heel lang. O boy, wat vind ik hollen heerlijk, de adrenaline door me lijf gierend, muziek op standje 10, al die ballen de lucht in en gaan met die banaan. Een soort kick die je dan voelt, verslavend lekker, vooral als er een bal dreigt te vallen en je dat voorkomt. Hollen, I love it.
 
Helaas werd ik gedwogen stil te staan. Na jarenlang teveel gehol kwam de man met de hamer, de angst dat ik het niet meer onder controle had, mezelf niet, mijn lijf niet, mijn gezin niet, mijn werk niet. Een stemmetje dat steeds harder ging roepen dat het echt niet ok was, sterker nog dat ik niet ok was. Het verpletterende gevoel van complete stilstand en helemaal niets meer kunnen. Een naar gevoel, wat ik nooit meer hoop mee te maken en mijn afkeer van stilstaan dus nog groter maakte. Toch besefte ik me daardoor ook dat de noodzaak van eerder af en toe stilstaan groot is. En hoewel ik de jaren erna echt steeds beter leerde stilstaan, bleef het een gevecht. Stilstaan vond ik nog steeds saai, op adem komen een noodzakelijk kwaad om niet weer zo hard te vallen.
 
De afgelopen week viel het mezelf op dat ik wel heel stil was. Niet alleen op social media, ook in mijn omgeving kreeg ik terug dat ik zo stil was. In plaats van te denken, ‘wat gek dat past niet bij mij’ ging ik dieper inzoomen op dit gegeven en probeerde zo de tegenstelling en de onderlinge stukken uit één te rafelen.
 
Hollen, check, heerlijk;
Stilstaan, hmmm, best fijn nu ik dat zo bewust doe;
Of; of?!?!, hoezo óf eigenlijk?! Waarom niet én?!
Daar was ineens het antwoord. De achterliggende problematiek bij hollen of stilstaan, ligt volgens mij in het feit dat het elkaar juist nodig heeft om te kunnen bestaan. Als je niet af en toe stilstaat kun je ook niet heel hard hollen. Het is dus eigenlijk niet een kwestie van of, maar van en. Door alleen maar te kijken naar de tegenstelling zie je slechts één deel van het geheel en mis je de boodschap.
 
Serieus zeg het eens hard op en voel het verschil:
“hollen of stilstaan, hollen of stilstaan, hollen of stilstaan”.
“hollen én stilstaan, hollen én stilstaan, hollen én stilstaan”.
Voel je het verschil? Voel je de beweging die het woordje en met zich mee brengt? Dat is precies wat ik bedoel, ineens ligt de focus op de beweging en niet meer op de tegenstelling. Ineens is er ruimte in plaats van een padstelling, vrijheid in plaats van een beperking. Ineens is er weer een blog 😉.
Fijne zaterdag én zondag.

zo’n dag in de breinsmederij 64

“Doei mam” en weg is hij. Op weg naar school 4 km verder op. Ineens fietst hij zelfstandig 4 km naar school door weer en wind, elke dag van de week! Wat een contrast met nog geen vier maanden geleden. Toen ging hij met vervoer naar school, op zaterdag naar de zorgboerderij en was er weinig ruimte om letterlijk en figuurlijk in beweging te komen.

Voor een buitenstaander lijkt het misschien ‘ineens’ een enorme groeispurt, maar dit is het helemaal niet. Het is het resultaat van maanden, zo niet jaren hard werken. Eigenlijk is het een fantastisch voorbeeld van hoe het werkt met autisme. Boven water is niet te zien hoe hard werken het is onder water.

Onze zoon heeft altijd veel tijd nodig om dingen te puzzelen. Waar het voor een ander wellicht helpend is om niet veel van te voren vermelden helpt het hem juist om ver van te voren te weten wat hem te wachten stond. Het helpt om overzicht en grip te krijgen op wat er staat te gebeuren. Heel gefaseerd bouwen we dan de informatie en het detailniveau op. Af en toe melden we terloops dat het staat te gebeuren over een x aantal momenten. Eerst als een gewone melding “lekker hè fietsen” als we ergens heen gaan. Een paar weken later  wordt dit dan gevolgd door een “volgend jaar ga je elke dag fietsen”. Nog later voegen we meer consequenties toe “als je met de fiets gaat kun je de wekker 10 minuten later zetten”. Hoe groter het item hoe eerder het wordt benoemd.

Vanaf de zomervakantie 2018 weet hij dus al dat hij na de zomervakantie van 2019 elke dag moet fietsen. Fietsen is in zijn geval namelijk best een groot ding. Aangezien hij naar speciaal basisonderwijs gaat staat zijn basisschool niet bij ons in de wijk. Sterker nog hij moet dwars door een drukke dorpsstraat en 2 grote wegen oversteken. Weliswaar een veel gebruikte route door scholieren, maar dus daardoor ook een route met veel prikkels en onverwachtse momenten. Daarbij is 4 km ook best een afstandje, helemaal als je al 2 jaar van deur tot deur wordt vervoerd.  Een harde overgang is daarom niet handig en daarom hadden we  afgesproken dat hij vanaf de voorjaarsvakantie alvast 1 dag zou gaan fietsen om te wennen aan de afstand, de prikkels en de beweging.

Aldus geschiedde, behalve dat hij zelf al vond dat 1 dag eigenlijk niet echt wennen was. Hij wilde hier graag 2 van maken. We spraken af dat dit goed was, maar dat hij zich goed moest beseffen dat als hij besloot 2 dagen te gaan fietsen die week, hij voortaan altijd 2 dagen moest  fietsen. Ook als het geen lekker fietsweer was, ook als hij er even geen zin in had. Dit begreep hij volledig, in ons huis geldt immers al jaren afspraak = afspraak, ook bij de minder leuke zaken. Hij wist dus haarfijn dat, ook al zou het met bakken uit de hemel komen, hij alsnog op de fiets moest. Toch wilde hij echt 2 dagen fietsen. De week erop meldde hij dat hij eigenlijk wel drie dagen wilde fietsen. Het gesprek  herhaalde zich en wederom wilde hij toch fietsen.

 

Het gevoel van vrijheid doet hem goed, zelfregie over wanneer je vertrekt, geen overprikkeling door een heel vol busje, het gemak van flexibiliteit als je zelf kunt gaan en staan waar je wilt, het vertrouwen van je ouders dat je het kan. Waar ik de eerste week nog mee moest om hem op te halen, heeft hij in de derde week al een terugfiets afspraak gemaakt met een klasgenootje. En waar we eerst discussieerden over een tweede dag is nu het vervoer opgezegd.

Ik voel aan alles dat het gemak waarmee dit gaat het resultaat is van de veiligheid en voorspelbaarheid die we hem de afgelopen jaren hebben geboden. Door schade en schande hebben we geleerd om te gaan met zijn andere kijk op de wereld. We hebben hem verteld hoe hij kan omgaan met de wereld en beschermd door anderen te vertellen over de zijne. Maar wellicht het allerbelangrijkste we hebben niet aan hem getrokken om hem sneller te laten groeien. Iedereen groeit in zijn eigen tempo en ik ben blij dat ik heb geleerd om aan te sluiten bij dat van hem. Van daaruit kunnen we hem nu de ruimte geven om zelf op ontdekkingstocht te gaan. The sky is the limit, “Doei, vent”.

zo’n dag in de Breinsmederij 223

Ik zit vast, zulke toffe ideeën en niets komt uit mijn handen. Bij elke stap die ik bedenk voel ik alweer allerlei mitsen en maren opkomen. De Breinsmederij groeit, maar ik weet eigenlijk niet waar naar toe. Er zit geen logica in, ik wil 1 boodschap waar alles onder valt. Al is het maar mijn logica.

Omdat ik het niet weet staat het stil en daardoor mis ik de energie die werken in de Breinsmederij oplevert. De energie en de ruimte die het me oplevert om helemaal mijn eigen ding te kunnen doen, er vol voor te gaan zonder verantwoording te hoeven afleggen, zonder rekening brengen houden met mensen die niet mee kunnen in mijn tempo, mijn wispelturigheid, mijn chaos, mijn logica, mijn zijn.

Dan zou je kunnen denken dat ik dat juist vol moet gaan doen, maar daar zit de crux. Want juist doordat ik daar volledig kan zijn kan ik ook eindelijk zijn in de gewone wereld, waar het tempo nou eenmaal wat lager is, waar je te dealen hebt met mensen die je gewoon echt niet begrijpen en waar je ook gewoon elke dag om zeven uur moet opstaan om de kinderen op school te krijgen en om op tijd op je werk te verschijnen.

En kunnen zijn in de gewone wereld voelt als geluk, een gevoel waar ik heel lang heel hard naar heb gezocht maar het nooit echt heb gevonden tot nu. Ja natuurlijk was ik best tevreden met mijn leven, ik vond ook echt dat ik niets te klagen had met mijn voorspoedige leven. Maar écht ultiem gelukkig voelde het niet. En sorry, ik ben nu eenmaal van het ultieme. Ik ga voor de kers op de taart, want zonder is de taart eigenlijk geen zak aan. En natuurlijk heb ik te leren dat die taart ook zo wel lekker is of wellicht dat alleen die kers meer dan voldoende is. Maar af toe én de taart én de kers, dat is echt genieten, dat is echt geluk.

Geluk bij een ongeluk is wel dat dat echte geluk dan ook heel intens binnen komt en dat je dan dus ook echt kunt genieten van de kleine dingen die het leven mooi maken. Van het ramen wassen met mijn dochter terwijl het zonnetje ons verwarmt. Van het appverkeer met mijn oudste waarin we onszelf heerlijk op de hak nemen. Van het onder één dekentje op de bank met mijn middelste zoon  lekker burgerlijk de finale van Holland got talent kijken. Van de knuffels van mijn kinderen die ik nu ook kan ontvangen. Van de manier waarop mijn man me altijd even belt als hij onderweg is.

Afbeeldingsresultaat voor geluk

En dus moet er ook ruimte zijn voor het gewone leven. En dus, hoe paradoxaal dat wellicht ook klinkt, moet ik mezelf begrenzen in de Breinsmederij. Anders verlies ik mezelf in de oneindige mogelijkheden en kansen die ik zie en vergeet ik gewoon te leven. En juist dat inzicht maakt dat ik ook weer verder kan met de Breinsmederij.

De afgelopen tijd had ik namelijk een kip en ei discussie met mezelf. Ja, ik wil de wereld veroveren met breinsmeden, maar is dat het doel of is dat het middel? En als het het middel is wat is dan het doel? Ja, het gaat over jezelf mogen zijn als je de wereld anders ervaart. Ja, het gaat over gelijkwaardigheid, over beeldvorming, over elkaar echt zien ondanks je verschillen. Maar als ik het heb over verschillende breinen, waarom beperk ik me dan tot drie? En waarom kan het eigenlijk niet voor meer? Maar als ik voor meer ga wat is dan mijn boodschap? Al meerdere keren heb ik de homepage aangepast, geschoven met alinea’s, geknipt en geplakt, zonder echt bevredigend resultaat….en tja niet echt bevredigend voelt gewoon als echt niet…

Dus het bleef malen in mijn hoofd. Gelukkig mag dat tegenwoordig en veroordeel ik mezelf er niet meer om. De twijfel, het wikken en wegen, het alles afstemmen tot in de perfectie hoort bij mij. Ik weet alleen inmiddels dat ik wel door moet gaan en dat dan de oplossing vanzelf komt. Door de Breinsmederij te begrenzen moest ik echt terug naar mezelf. Stiekem was dat toch weer wat opgeschoven naar anderen. Anderen werden heel blij van wat ik deed, anderen gingen aan de haal met een vraag die ik ze stelde, anderen dan de beoogde doelgroep wilden hulp die ik ze ‘uiteraard’ bood. En daarmee ging de Breinsmederij weg van wat ik ermee wilde bereiken en dus ook meer weg van mij. Daarnaast was ik zelf enorm aan het ontwikkelen, maar dat is niet de Breinsmederij. Natuurlijk is het van mij, maar het is niet mij. De ontdekkingen die ik doe over wie ik ben, het graafwerk naar nog een laagje dieper, nog een stukje verder, zijn natuurlijk vaak relevant, maar niet altijd. Ik ben namelijk niet de doelgroep. Maar wie dan wel?

En dan ineens is het donderdagavond, lig je te woelen in bed en plopt de kern van de Breinsmederij zo op. En lig ik dolgelukkig, eureka!, al mijn hersenspinsels uit te typen op een klein smartphone schermpje met op de achtergrond de slaapgeluiden van mijn man, de warmte van zijn lichaam als een gloed over me heen. Zijn dichtbije aanwezigheid maakt het moment af, maakt me vol bewust van de ruimte die hij me altijd geeft om mijn weg te zoeken en het vertrouwen dat die weg goed is omdat hij van mij is. Dolgelukkig is eigenlijk een understatement, ik voel me zielsgelukkig.

Verzonden vanaf mijn Huawei mobiele telefoon

 

zo’n dag in de Breinsmederij 252

Gisteravond lag ik in bad met de Flow. Een oude, want de afgelopen tijd gunde ik me geen tijd voor gewoon even lekker bladeren in een boekje. Eigenlijk gunde ik mezelf helemaal nergens tijd voor. Of nou ja niet gunnen, ik was gewoon lekker hard aan het rennen. Hard aan het werk, hard bezig met het opzetten van de Breinsmederij, hard bezig met het onderhouden van sociale contacten, mijn tennisvaardigheden, hard bezig met het gezond houden of weer beter maken van mijn gezin door de griepgolf, hard bezig met het (willlen) uitvoeren van mijn goede voornemens. Tot afgelopen woensdag…

Wellicht heb je mijn post voorbij zien komen over de duim van mijn dochter. Een intensieve anderhalf uur met een goed einde, maar wel energieslurpend. Het was al niet zo best met mijn energie, want voor dit duimavontuur had ik al de ‘verkeerde’ auto meegenomen, waardoor de sleutels voor de voetbaltraining bij mij waren in plaats van bij mijn man. Dus kon ik rechtsomkeer van de supermarkt (ja, ik was ook al vergeten de boodschappen klaar te zetten voor de online bestelling) om de sleutels af te leveren, waardoor ik niet op tijd het eten kon klaar hebben voor mijn oudste zoon. Natuurlijk kan hij ook wel een keer een boterham, maar toch dat was niet de bedoeling…

Daarna kwam mijn middelste zoon thuis van de voetbal en bij hem horen trainen en vakantie gewoon niet bij elkaar. Maar hè, het was heerlijk weer en papa traint, dus met hangen en wurgen hadden we hem naar de training gekregen. Eigenlijk was het de hele week al hangen en wurgen voor hem, doordat we deze week niets speciaals hadden gepland. Het waren dus 10 dagen (hij heeft ook nog studiedag vandaag) van lekker luieren en zien wat de dag brengt. Niet zijn sterkste kant. We hadden keurig gezorgd voor een overzichtelijk schema, oppas met mate en heus wat leuke dingen in het verschiet, maar het mocht niet baten. Dus na de training barste voor hem ook de bom.

Kortom, woensdag voelde alsof ik was gestruikeld. Terwijl horde lopen eigenlijk mijn beste kwaliteit is. Door mijn flexibele aard en goed ontwikkelde planningsvaardigheden weet ik vaak precies hoe ik moet manoeuvreren om alle hordes goed te nemen. Alleen soms manoeuvreer ik zoveel dat ik eigenlijk niet meer weet welk pad ik aan het lopen ben. Dan wissel ik teveel tussen gezin, werk, sociaal leven,  Breinsmederij, huishouden en visa versa of andere volgorde en verdwaal ik volledig. Ik blijf maar rennen, tot iets me tot stoppen dwingt. In dit geval mijn kinderen.

Dus bleef ik even zitten op de grond en bedacht wat ik nodig had. Aan alles voelde ik dat ik nu even het rustpunt moest zijn voor de kinderen, om vandaar uit weer mijn eigen pad op te pakken. Dus de volgende ochtend vroeg ik aan mijn kinderen wat er voor nodig was om er toch nog een leuke vakantie van te maken. We maakten een planning voor de rest van de week en schrapten wat onderdelen buitenshuis. Even pas op de plaats en aandacht voor onszelf en elkaar.

 

Daarna was het tijd voor een kritische blik op mijn eigen pad. Vroeger zou ik radicaal het roer hebben omgegooid, ik moest er immers meer zijn voor de kinderen. Nu weet ik beter. Ik hou van horde lopen, gewoon lopen is saai. Ik hou van meer paden naast en soms door elkaar. Ik gedij goed onder afwisseling en ruimte om me heen. Mijn pad is prima, ik hoef alleen geen wereldrecord te verbreken. Dus ook hier geldt af en toe even inhouden voor een pas op de plaats, kijken welke hordes er voor me liggen en zorgen dat de paden niet teveel door elkaar gaan lopen. Door af en toe in bad te gaan en te bladeren in een flow. Soms zitten eye-openers in hele kleine zinnen. Wist je dat je geluksgevoel staat of valt met het kunnen afronden van projecten, hoe klein ook? Daar ligt voor mij de kern. Minder bedenken wat allemaal nog kan, maar meer doen van wat ik al had bedacht. Ik ga snel aan slag!

Zo’n dag in de Breinsmederij 2601

Sommige momenten staan in mijn geheugen gegrift. Ik weet nog waar ik was, wat ik aanhad, wie wat deed op dat moment en hoe ik me voelde. Een soort 4d filmpje zeg maar, dat automatisch wordt afgespeeld op het moment dat ik iets uit dat moment ruik, voel of zie. Het 4d effect zit hem vooral in het feit dat ik ook weer de emotie van dat moment door mijn lijf voel stromen. Alsof het net gebeurd is, maar dat is heel vaak niet het geval. Sterker nog, vaak zijn het momenten van jaren geleden.

Zo weet ik nog dat ik op de bank zat rond half zes op 2 juli 2016. De kinderen waren iets aan het kijken op tv en ik zat met een rood wijntje, één been onder mijn billen een beetje te scrollen op mijn telefoon. Mijn oog viel op de omslagfoto van de zorgboerderij van mijn middelste. Hij zat er pas net en had er ontzettend naar zijn zin. Ineens biggelden de tranen over mijn wangen, dusdanig dat ik eigenlijk geen woord kon uitspreken. Mijn man kwam aanlopen, heus gewend aan mijn grilligheid, maar toch ditmaal verbaasd over de plotselinge tranen. Ik kon hem alleen maar de foto laten zien. Ook bij hem maakte deze foto de nodige emotie los. 

Destijds schreef ik bij de foto:“voor velen gewoon een foto van 2 kinderen met kuikens, voor ons als ouders een foto waarvan we tranen van geluk in onze ogen krijgen. De details in deze foto zijn zo veelzeggend over hoe hij zich voelt op de boerderij. De handen gevouwen voor hem, het licht gebogen been dat naar buiten valt. Totale ontspanning waardoor hij in staat is contact te maken, als bewijs daarvan de volle aanraking van de voetzool van het vriendje. Ons mooie kind heeft eindelijk een plekje waar hij helemaal zichzelf kan zijn, waar de wereld gaat in een tempo wat hij aankan, waar hij de batterij kan opladen.”

Nog steeds denk ik dat het lastig voor te stellen is hoe hij in de periodes ervoor altijd, echt altijd, altijd met spanning in zijn lijfje liep. Altijd waren zijn schoudertjes hoog, altijd was de blik afgewend, altijd werd op elk woord, elke toon, elke frons, elk gebaar, elke zin gelet. Altijd was er eerst een afwijzing, een handgebaar, een teruggetrokken reactie, een schreeuw, een escalatie. Nooit was iets in een keer goed, nooit was het rustig, nooit was er echt contact.

En ineens was daar die foto, het bewijs dat we niet voor niets zo vochten voor onze zoon in hulpverleningsland. Heel veel mensen hadden heus begrip, maar gezien de introverte aard van ons kind kregen ook heel veel mensen niet mee wat voor strijd we echt voerden met ons kind. En dus werd er door menig één ook getwijfeld aan de noodzaak van bijvoorbeeld passende onderwijs op een andere school of de noodzaak van een wekelijkse gang naar een zorgboerderij. Vaak voelde ik me die zeurouder, die ook nog eens haar kind bijna afviel en vooral de nare kanten liet zien om maar te regelen dat die plek er toch echt ging komen.

En toen kwam dus die foto, de bevestiging voor ons dat we het echt bij het goede eind hadden. Dat hij een plekje nodig had om tot rust te komen, om de wereld te ontdekken op zijn manier en op zijn tempo. Om zijn batterij op te kunnen laden. Dat hij tot dan alleen maar aan het overleven was en dat hij meer nodig had dan een uurtje rustig op zijn kamer spelen. En dat als hij zo’n plekje zou hebben dat hij dan zou leren ontspannen en van daaruit andere dingen zou leren.

Het zien van de foto was dus een ontlading en terwijl ik dat 4d filmpje afspeel in mijn hoofd voel ik weer die diepe zucht die in mijn lijf zit en voel ik de tranen opwellen. Niet alleen de tranen van destijds, het gevoel dat mijn moederhart me het juiste ingaf en dat ik altijd terecht in mijn kind ben blijven geloven. Nu nee zijn het ook tranen van besef. Het besef dat we toch wel echt van ver zijn gekomen.

Dat besef is er namelijk heel vaak niet meer. Na het magische moment op de foto volgden er nog velen. De bulderende lach als hij vertelde over iets wat er gebeurd was op de boerderij, de grijns van oor tot oor tijdens een ritje op de shovel. De knuffel die ik kreeg als ik hem ophaalde en het speelse gemak waarmee hij contact maakte met zijn vriendjes. En heel fijn niet alleen op de boerderij, maar ook steeds vaker thuis was er ontspanning, tijd voor een lachje en kon een foutje in de planning opgelost worden zonder dichtslaande deur. Steeds vaker is de batterij volledig opgeladen, is hij volledig ontspannen en kan ons kind het tempo van de gewone wereld aan.

En dus is er een nieuw filmpje in mijn hoofd gemaakt. Het moment dat het acht uur ’s avonds is en hij op de vierde trede zit van de trap naar boven. Zijn ene arm hangend aan de trapleuning, de ander nonchalant over zijn linkerknie. Met zijn haar in de war en rode konen op zijn wangen. Het moment waarop hij zelf besloot dat hij niet meer naar de boerderij wilde. Dat hij heel graag wilde spelen met zijn voetbalvriendjes en dat hij ook wel eens een zaterdag niets wilde hebben. Dat hij heus nu veel beter wist hoe je een vrije dag kon invullen en dat hij inmiddels zelf kon bedenken wat hij ging doen. Dat hij meer zelfreflectie liet zien dan menig volwassene en dat het dus tijd is om hem daarin ook de regie te geven. Het tijdperk zorgboerderij is dus afgesloten, maar gelukkig hebben we de foto’s nog 😉.

zo’n dag in de Breinsmederij 0501

Ik ben graag origineel, maar na 2 weken kerstvakantie is het enige wat mij rest vervallen in clichés.

Ja, ik heb traditioneel kerst gevierd met mijn familie op eerste kerstdag en mijn schoonfamilie op tweede kerstdag. Ja we hebben teveel gegeten en gedronken. Ja, ik wilde een heleboel doen in de vakantie en ik heb uiteindelijk zeer weinig gedaan. Ja, ik heb goede voornemens.

Één van de goede voornemens is toch echt de telefoonverslaving in bedwang houden. Ik zie wat de beeldschermen doen in ons gezin. De energie sijpelt per vlog weg, we kunnen niets meer zelf verzinnen en als er geen beeldscherm is dan zijn we aan het onderhandelen wanneer het wel weer mag. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen beeldscherm en social media. Sterker nog, ik vind het geweldig hoe mijn zoon online gamet met zijn vrienden en hoe het werkt om een lange familiebijeenkomst door te komen. Echter net zoals bij alles, ook hier geldt `te´ is nooit goed. Wellicht zit daar ook wel het probleem met die TElefoon.

Ik geef zelf alles behalve het goede voorbeeld. Ook bij mij slokt social media teveel tijd op. Zeker gezien wat ik er voor terug krijg; vooral een overprikkeld brein, zeker in periodes waarin ik vast zit. Het ene fantastisch evenement na de ander doemt op, hilarische filmpjes verschijnen er op mijn tijdlijn, tegeltjeswijsheden vliegen me om de oren. Overal vind ik geweldige leuke andere zzp’ers, waardoor ik weer tig ideeën opdoen. Mijn telefoon ontploft door screenshots en lijstje van wat nog leuk is om te doen, lezen of bezoeken.

Ondertussen heb ik stapels boeken die bijna ongelezen weer terug gaan en moet ik uiteindelijk screenshots verwijderen vanuit ruimtegebrek op mijn telefoon zonder ze ooit aan te nog eens terug te hebben gezien. Ondertussen kan ik zelfs geen bordspelletje meer spelen zonder tig keer op mijn telefoon te kijken. Ik betrap mezelf en ook mijn huisgenoten erop dat we tijdens een gesprek gewoon op onze telefoon kijken én reageren alsof het niet interessant genoeg is waar we het in real-life over hebben.

De laatste maanden van 2018 was dat extreem. Vanuit de energieboost vanuit de Breinsmederij wilde ik al mijn wilde plannen en ambitieuze doelen meteen omzetten in daden. En dus fungeerde mijn telefoon naast inspiratie bron, online bibliotheek, notitie blok ook als verbinder met collegae ondernemers, klanten en alle andere geïnteresseerden. Echter verloor ik daarmee ook de verbinding met mijn omgeving. Het huis werd viezer en ik sprak vriendinnen minder in het echt. Ik merkte dat mijn kinderen bleven jengelen om echte aandacht, wat ik vervolgens suste met, juist, een extra half uurtje beeldscherm. Daarmee verloor ik niet alleen de verbinding met hen, maar ook de verbinding met mezelf, omdat ik blij word van echt contact en echte aandacht.

De afgelopen twee weken heb ik het dan ook omgedraaid. De deuren van de Breinsmederij gingen even dicht en ik ben goed voor mezelf gaan zorgen en heb aandacht besteed aan mijn omgeving. Ik heb vele uurtjes in de keuken doorgebracht, niet alleen om met zorg te koken, maar ook om de bestek-la weer eens uit te mesten. Ik heb regelmatig de wind door mijn hoofd laten waaien met een uurtje buiten zijn. We hebben uren spelletjes gespeeld, foute kerstfilms gekeken en boeken gelezen. Ik heb zelfs de breinaalden weer opgepakt en merkte aan de onwennigheid van mijn handen dat dat veel te lang geleden was.

Natuurlijk is dat altijd wat er gebeurd in een vakantie en helemaal in de kerstvakantie. Het is dus niet nieuw of een heel verfrissende gedachte en toch vond ik het een blog waard. Het heeft me namelijk doen beseffen hoe mijn kaarten liggen. Mijn troef ligt niet bij de Breinsmederij, hoe geweldig ik het ook vind. Mijn prioriteit is niet een zelfstandige onderneming neerzetten om zo veel mogelijk geld te verdienen. Ik wil niet posten om meer klanten te bereiken, zichtbaarder te worden of oppervlakkiger schrijven om meer mensen te raken. De Breinsmederij is mijn plek waar ik al mijn creativiteit en leergierigheid in kwijt kan. het geeft me richting in mijn tuimelende brein en houvast in de keuzestress die ik vaak ervaar. De kennis die ik daarmee opdoe, verspreid ik graag. Ik ben nu eenmaal een verteller. Ik geloof ook oprecht dat ik daar heel veel mensen blij mee kan maken. Hoeveel is me alleen om het even, ieder persoon , beginnend bij mijn kinderen, is me heel veel waar. Maar net als met de telefoon, ik kan wel roepen dat je voor jezelf moet kiezen en het begint bij jezelf de juiste aandacht geven, maar dan moet ik wel het goede voorbeeld geven. Ik word blij van mijn neus in de boeken, zelf linken leggen en kijken naar het gedrag van mensen om me heen. Ik word blij van creeëren en zaadjes planten om te zien hoe die zich ontwikkelen met wat aandacht, liefde en tijd. Dat ga ik dus doen!

Dus ik heb mijn fb app verwijderd, de automatische meldingen die ik vervolgens binnen kreeg (bizar hoe dat werkt trouwens) uitgezet en met mezelf afgesproken de telefoon echt vaker buiten handbereik te leggen. Mijn account blijft gewoon bestaan, want ik ben niet anti. Alleen net als mijn mail, die check ik vanaf nu op mijn laptop. Ik mag van mezelf pas een nieuwe link bewaren als iets anders er dan vanaf is gehaald door het te lezen (of te verwijderen, modat het blijkbaar toch niet zo interessant was). In de tijd die ik daarvoor terug krijg, ga ik minstens 1 hoofdstuk lezen per dag. Er staan kruizen in mijn agenda op maandag- en woensdagmiddag en de oppas is gevraagd voor een avondje qualilty time met mijn man.

2019 begint goed en dat gaan we zo houden. Zorg goed voor jezelf 😘.

zo’n dag in de Breinsmederij 2512

Eerste kerstdag, de meest traditionele dag van het jaar. Samen zijn en eten is ook wat ons thuis de hele dag bezighoudt. De dag die altijd start met kerststol met spijs en een kopje thee, altijd gevolgd door een spelletje. Daarna maken we ons klaar om de dag te vervolgen met samenzijn met mijn familie. Altijd bij mijn ouders, altijd kookt mijn vader fantastisch. Altijd wil mijn moeder ergens nog een frisse neus halen, wetende dat we altijd net iets teveel eten. Altijd is er een moment van wrijving die gemoedelijk gesust wordt. Eerste kerstdag 2018 is een dag waar het gaat zoals altijd.

Niet alleen eerste kerstdag, de hele kerstperiode staat natuurlijk bol van de tradities en de altijds. De kerststal van mijn oma met de schaapjes waarmee je kan spelen, de kerstkoekjes die in de boom hangen en waar er een aantal van missen, de zoetsappige kerstfilms, de steeds weer groter wordende kerstpakketten en natuurlijk de kerstboom.
 
Natuurlijk de kerstboom, want in ons huis is dat echt een item. Eén van de tradities die we thuis hebben is dat er elk jaar 1 nieuw item mag worden gekocht, zodat ze als ze uit huis gaan , er een doos vol is waarmee ze hun eigen kerstboom kunnen vullen. Als symbool van wat ook hoort bij kersttradities, het herinneringen ophalen aan het warme samenzijn van vroeger. Mijn jongste vindt dat uiteraard wat oneerlijk, want hoezo heeft haar oudste broer zoveel? Ter compensatie mag zij de lampjes doen en heeft ze een doosje met sterretjes, zodat ze het gevoel heeft van eerlijkheid. Alles moet namelijk wel eerlijk. Net zoals met de piek, we hebben een heus briefje dat bijhoudt wie wanneer de piek op de boom mag zetten. Alles voor de lieve vrede.
 
Het gevolg hiervan is dat onze boom een bonte verzameling is van de (wan)smaak van mijn kinderen. Waar ik in het begin nog mijn best deed om dat te sturen, heb ik dat de laatste jaren steeds meer los gelaten. In de winkel mogen ze echt uitzoeken wat ze mooi vinden, ongeacht wat ik er van vind. Het is namelijk onze boom, niet mijn boom waar ze ook wat in mogen hangen.
 
Vroeger was dit echt uitgesloten. Dagen was ik zoet met een zoeken naar de perfecte boom, met de juiste prijs/kwaliteit. Of nou ja, natuurlijk die goedkope boom die wel heel vol was en zijn naalden vasthield tot ver na drie koningen. Niet te groot voor de juiste balans in de woonkamer, maar ook niet te klein. Het was tenslotte wel een kerstboom. Het liefst zocht ik hem uit met het hele gezin, want dat is zo gezellig. Samen bezig met de kerstboom. Bij het uitzoeken van de items, mochten ze dus zelf uitzoeken wat ze wilden. Althans dat gevoel wilde ik ze geven, maar stiekem gaf ik heus richting aan wat ik mooi vond. Soepeltjes vermeed ik bepaalde afdelingen op de kerstafdeling of wist ik ze af te leiden als ze op iets lelijks afkoersten. Het opzetten daarna moest ook altijd met zijn allen, maar wel onder strenge supervisie van mij. Op zoek naar de juiste plek voor iedere kerstitem. Met uiterste precisie werd de boom opgetuigd, overigens nooit met een uiterst tevreden gevoel.
 
Dit jaar was ik druk, zo druk dat er nauwelijks tijd was om een boom te halen. Tot ongenoegen van mijn dochter, die haar vader wist te overtuigen op een doordeweekse avond naar de Gamma te rijden. Ik kreeg een foto opgestuurd van een geweldig volle boom met een trotse dochter er naast, begeleid met de woorden ‘ja, hij was echt maar €25,- ‘.
 
De volgende dag is de boom opgetuigd door mijn kinderen, ik heb me er niet mee bemoeid. Aan de zijlijn heb ik heb genoten van de discussies, de onderhandelingen en de samenwerking. Samen hebben ze geconcludeerd dat het toch handiger is om volgend jaar eerst de lichtjes in de boom te hangen. De jongste is getroost door het feit dat haar naam vast is opgeschreven op het piekenbriefje voor volgend jaar. De middelste heeft een item in de boom mogen hangen van de oudste, omdat er van hem 1 sneuvelde. Er hangen een regenbooguil en een rood fluwelen hertje gebroederlijk naast elkaar op het zelfde takje. Onze boom was nog nooit zo mooi.

zo’n dag in de Breinsmederij 1412

Wellicht heb je hem al eens voorbij zien komen op mijn tijdlijn, maar ik heb iets met de Rubik’s Cube. Het is voor mij het ultieme speelgoed, gek als ik ben op patroontjes en logica.  Perfect vierkant, mooie heldere kleuren, scherp contrast met  de zwarte basis, glad en stevig als het in je hand ligt en een rustgevend krakend geluidje als je de blokjes beweegt. I love it. Het heeft ook iets ondoorgrondelijks; het lijkt zo makkelijk, maar ondertussen was het me nog nooit gelukt om hem op te lossen. Vaak genoeg aan begonnen, maar nooit afgemaakt of doorgezet om het écht te snappen.

Toen ik afgelopen zomer de groeimindset had omarmd was het voor mij dus een mooi moment om de Cube er weer eens bij te pakken. Ik wist namelijk dat er ergens ook weer die eeuwige bewijsdrang zat in het kunnen oplossen van Rubik’s Cube. Ik weet dat ik redelijk intelligent ben, dus een Rubik’s Cube moet ik dan toch ook kunnen oplossen?! Daarbij, het staat zo lekker intelligent als je kunt zeggen dat je de Cube kunt oplossen.

Vrij van dit soort gedachtes ging ik dus afgelopen zomer op pad met mijn Cube. En echt zo tof, het lukte me gewoon. Ik ging aan de slag met zelfbedachte en soms opgezochte algoritmes, keek naar wat er gebeurde in de patronen, liet mijn gedachtes los en mijn handen gaan. Niet het eindresultaat van de Cube maakte me blij, maar vooral het proces er naar toe. Het durven spelen, fouten maken en doorzetten om tot een goed einde te komen. Het niet veroordelen van mezelf, omdat het te lang duurde of ik weer eens wat moest opzoeken, was een verademing.

Tot het moment dat andere mensen zich ermee gingen bemoeien. In plaats van complimenten dat ik het kon, kreeg ik steevast de vraag hoe snel ik de Cube kon oplossen. En of ik de het filmpje gezien had van die jongen die het in 10 seconden kan? En dat filmpje waarin iemand er drie tegelijk oplost al jonglerend?

Ik was geschokt.

Niet over de opmerkingen die ik kreeg, die gaven eigenlijk alleen maar de magische uitwerking aan van de Cube. Wel over mijn eigen gedachtes. Waar ik ervan overtuigd was dat ik de Cube wilde oplossen voor mezelf, was ik blijkbaar toch ook nog steeds bezig met het beeld van andere mensen op mijn kunnen. Blijkbaar is mijn eigen goede gevoel niet genoeg en heb ik toch nog die bevestiging nodig van anderen die zeggen dat ik het goed heb gedaan. Blijkbaar is het eindresultaat toch belangrijker voor me dan ik al dacht. En bizar hoe je eigen overwinningen een enorme grote stap kunnen zijn voor jezelf en tegelijk nietszeggend voor de ander. Zegt dat iets over de ander, zegt dat iets over mij of zegt dat eigenlijk niets? Hoe erg is het eigenlijk dat andere mensen er iets van vinden?

Zo is voor mij de Cube het symbool geworden van mijn eigen groeiproces. Zodra ik hem weer ergens zie opduiken, denk ik met een glimlach terug aan bovenstaande. Het complete proces maakt dat ik me eens te meer besef dat ik gelukkig word van uitzoeken, spelen, leren en dat als ik écht doorzet ik het kan. Dat ik me niet moet laten afleiden door meningen van anderen en dat het er vooral om gaat wat ik er zelf van vind. En dat allemaal met 1 blik op de Cube.  Wist je trouwens dat er ook een Rubik’s Cube bestaat met 5*5 vlakken?

zo’n dag in de Breinsmederij 2811

De deken wil vandaag maar niet naar beneden. Terwijl haar ene broer het huis al heeft verlaten en de andere broer zijn brood al heeft gesmeerd is het boven nog muisstil. Geen gedrentel heen en weer (zie mijn vorige blog), geen vragen over het weer, überhaupt geen geluid. Ze heeft besloten dat de dag niet mag beginnen. Met veel horten en stoten komen de woorden op gang, iets is er spannend en nee het is niet Sinterklaas, het is ook niet het Sintfeestje bij de tennis en ook niet school. Het blijkt vast te zitten op de logopedist waar ze die middag voor het eerst heen moet.
 
Ik weet dat ze nieuwe dingen altijd spannend vind en bereid haar daarom voor op wat komen gaat. Het is niet zozeer het niet weten wat er gaat komen, maar meer de alles wat er zou kunnen gebeuren. Honderden scenario´s over hoe het er uit zou kunnen komen te zien en hoe het zou kunnen gaan zorgen voor chaos. Om haar een beeld te geven, vraag ik haar of ze nog weet hoe het ging op het consultatiebureau. “Die waar ik een spuitje kreeg????”. ‘Ja wel die, maar de vorige keer kreeg je daar geen spuit en gingen we alleen maar praten met de dokter. De dokter stelde een paar vragen en jij mocht op schoot bij mama antwoord geven.’ O ja, dat weet ze nog. Alleen maakt het het er niet minder spannend van.
 
Nukkig kleed ze zichzelf kledingstuk voor kledingstuk aan, tijdrekkend om het moment maar uit te stellen. Bij elke kledingstuk komt er een nieuwe gedachte op over hoe ze zich door deze dag heen gaat worstelen. Ze hoopt niet dat de juf ziek is zoals vorige week, want dan komt het echt niet goed. Ze hoopt wel dat het niet gaat regenen, want anders kan ze niet even lekker naar buiten. Ze hoopt dat er geen kring is, want tja dan zou ze wel eens moeten huilen. Ze hoopt niet dat de juf gaat vragen waarom ze haar smiley op school op verdrietig heeft gezet. Dan gaat de juf namelijk vragen wat er is en dan weet ze ook zeker dat ze heel hard moet huilen.
 
Ik vraag haar wat er erg is aan huilen. ‘Misschien lucht het wel op, als de juf ook weet dat het zo spannend is. Misschien ben je na het huilen wel even de spanning kwijt en is het werken op school daarna makkelijker. Misschien voel je je minder alleen met je verdriet als je het iemand vertelt.’ Ze laat het even bezinken en besluit dat ze gaat beginnen met lezen. Lezen mag altijd, ze heeft er een afspraak over gemaakt met de juf. Als ze een te vol hoofd heeft mag ze lezen in haar boek. Dat hoeft ze niet te overleggen, dat mag ze zelf bepalen. Ondanks dat ze het zelf mag bepalen vraagt ze het toch altijd nog even na bij de juf. De juf weet dit en geeft haar altijd even een geruststellende ja. Geen opmerking over dat ze het toch wel weet, alleen maar ja. Een helpend ritueel, want ook nu weer geeft de gedachte alleen al rust.
 
Op weg naar school ademt ze een paar keer diep in en zegt dan wijs:” Als ik maar gewoon aan de rest van de dag denk, dan komt het wel goed denk ik”. Langzaam aan hoor ik wat ontspanning en er verschijnt zelfs een klein lachje op haar gezicht. Toch blijft ze piekeren, want bij het ophangen van de jas komt de vraag “Wat moet ik dan zeggen tegen de juf?’. Ik vraag haar welke woorden er in ieder geval in de moeten zitten. Dat is een makkie; ‘vol hoofd’ en ‘logopedist’. Ik zeg haar dat dat al bijna een zin is. Ze kijkt me aan en dapper stapt ze naar binnen. Ze wenst de juf goedemorgen, zegt dat ze een vol hoofd heeft van de logopedist en dat ze dus heel graag wil lezen. Natuurlijk mag dat en na een dikke knuffel zwaait ze me uit zonder tranen.
 
En ik, ik kijk nog even door het raam naar mijn dappere meisje en pink een traantje weg.

zo’n dag in de Breinsmederij 911

“10 minuten”.

In de huiskamer van de Breinsmederij zijn dat de heilige minuten in de ochtend. Door het introduceren van deze 10 minuten gaat het bij ons thuis er heel vredig aan toe in het ochtendritueel. We gedijen allemaal heel goed met dit strakke ritme en routineus bewegen we langs elkaar heen van de badkamer naar de eettafel naar de gang naar de schuur. Ieder voor zich bezig met zijn eigen opstart en zijn eigen voorbereiding op de dag die voor hen ligt.

Het ochtendritueel begint bij de wekker van mijn man, althans dat denk ik. Zeker weten doe ik het niet, want ik lig dan nog zwaar in coma. Voor dag en dauw vertrekt hij naar zijn werk, voor mijn gevoel in de holst van de nacht. Avondmens als ik ben, zet ik mijn eigen wekker zo laat mogelijk. Uit ervaring weet ik  dat dit zeven uur is. Ik spring onder douche, terwijl ik hoor dat mijn oudste wakker wordt. Hij is niet zozeer een avondmens, maar wel een avonddoucher. Dat scheelt dus in het schema van de badkamer.

Om 7.15 uur wordt mijn middelste wakker. Hij wil wel graag douchen en lost mij dan af. Ik kan gaan aankleden en maak daarna mijn dochter wakker. Ze heeft nogal haar tijd nodig om wakker te worden, beginnend met haar hoofd onder de deken, maar wel met de grote lamp aan. Per minuut schuift de deken een centimeter naar beneden, terwijl mijn oudste dan zover is om te gaan ontbijten. Hij kan aanschuiven, want we zorgen dat de tafel ’s avonds al gedekt is. Hij kan dan zo beginnen met zijn bakje kwark en het smeren van zijn brood.

De middelste zorgt intussen dat hij zichzelf aankleed. Afhankelijk van zijn algemene humeur liggen of de kleren al klaar op volgorde van aantrekken of is er nog niets gepakt of is er ergens een stapeltje in volgorde van uittrekken van de vorige avond. Onafhankelijk van hoe zijn kleding erbij ligt, hij zorgt altijd dat hij zichzelf aankleedt. Ik ben namelijk niet in de buurt, omdat ik in die 10 minuten bezig ben met zijn broer. Ik loop dan samen met de oudste nog even de dag door, vraag naar de bijzonderheden en of er nog aan iets gedacht moet worden. Ik bespreek nog even de planning voor de avond of iets anders kleins. Vaak is dit het moment waarop er wat ‘o, ja mam’s komen en ik nog net even wat kleingeld kan helpen zoeken voor een kaartje voor het schoolfeest waarvan alleen vandaag nog een kaartje kan worden gekocht.

Mijn middelste kan zichzelf aankleden, omdat hij weet dat de volgende 10 minuten van hem zijn. Om 7. 40 uur vertrekt de oudste naar school en dan heb ik de tijd voor middelste. Dit zijn ook 10 minuten, want om 7. 50 uur moet hij klaar staan voor het vervoer naar school. Voor hem bestaan die minuten uit het zelfstandig zorg dragen voor de inhoud van zijn rugzak. Hij bepaalt graag zelf wat er op zijn brood moet, aangezien dit nogal van wat voorwaarden is voorzien. Wat is het weer, wat is het avondeten, wanneer komen er boodschappen voor nieuw beleg, wanneer is het tostidag op school, kan ik iets anders op mijn brood aan etc etc. We hebben dan ook afgesproken dat hij dit zelf verzorgt. Wel moet ik dan dus in de gaten houden hoe snel de tijd wegtikt. Heeft hij zelf tijd om zijn schoenen te pakken, moet ik even de melk aangeven, denkt hij aan zijn gymtas? Ook hierin zijn we een geoliede machine en is hij precies klaar op het moment dat de taxi voorrijdt.

Mijn dochter heeft intussen alle ruimte boven. Dat is ook wel handig, want opschieten zit er in de ochtend echt niet in. Ze vraagt altijd nog even hoeveel graden het wordt om vervolgens nog drie keer te wisselen van setje. Hierbij drentelt ze dan van haar kamer, naar de badkamer, trapgat, overloop en weer terug in andere volgorde. Geen enkel probleem, ze loopt niemand in de weg haar broers zijn immers rustig aan het ontbijten. Ook wel handig zo’n zus die boven is, want er is altijd wel één broer die vergeten is sokken mee te nemen naar beneden. Ja, bij ons thuis horen sokken bij schoenen en niet bij de kleren. Sokken doe je dus pas aan als je schoenen aan doet. (of in mijn geval überhaupt niet).

Ze zorgt altijd dat ze beneden is als haar  jongste broer weggaat. Soms om haar broer uit te zwaaien , soms om alvast zwijgzaam te beginnen aan een crackertje. Het is maar net hoe ver de deken naar beneden is gezakt. Echter altijd als ik weer terug kom lopen van de oprit, begint ze volop te kletsen. Haar 10 minuten quality-time zijn aangebroken en al kwebbelend hoor ik nog details over het fruit van gisteren, haar goede voornemens van de dag of iets anders wat haar bezig houdt ( bestaat de hemel wel als je hem niet kunt zien?…goedemorgen). Voor mij de tijd om rustig te eten, praten hoef ik zelf amper.

Nadat ik mijn jongste naar school heb gebracht fiets ik nog even terug naar huis. Tijd voor mijn eigen 10 minuten. Ik pak rustig mijn tas, zet ondertussen een kop koffie en bedenk wat de dag me gaat brengen. Ik neem al onze schema’s door, bedenk wat ik allemaal te doen heb en welke bijzonderheden er zijn. Zo overkomt het me zelden dat ik pas bij het avondeten bedenk dat ik nog bakboter moest halen of dat ik nog ergens een afspraak moest maken voor iemand als het al 17 uur is geweest. 10 minuten adempauze en deze controlefreak kan rustig blijven ademhalen terwijl ze van hot naar haar vliegt.