zo’n dag in de Breinsmederij 1510

We hebben in huis een heilige graal. Een prachtige glanzende beker, die ontworpen is door mijn middelste zoon. Vorig jaar had hij een kunstproject en samen met zijn klasgenoten had hij een heus museum mét shop, waarin zo´n beker kon worden aangeschaft. Natuurlijk voor een belachelijk hoge prijs en natuurlijk was ik het niet van plan, maar zoals dat gaat…….een week later hadden wij een beker met kunstwerk in huis. Hij had beloofd dat hij hem echt ging gebruiken én dat hij er heel zuinig mee zou zijn, dus vooruit.

Ja sure, hoor ik je denken, maar bij mijn middelste is dat wat je beloofd iets wat je echt doet. Hij had er goed over nagedacht en kwam daarom met een bekerplan. Hij ging de beker bij speciale gelegenheden gebruiken, zoals kerstmis en zijn verjaardag. Daarnaast zou hij hem elke zondag bij de lunch gebruiken, aangezien dat het enige moment van de week is dat wij gezamenlijk aan tafel een boterham eten. Tot slot had hij bedacht dat als we dan een keer warme chocolademelk met slagroom gingen drinken, deze beker daar ook heel geschikt voor zou zijn.

Ja sure, hoor ik je denken, maar bij mijn middelste is dat wat je bedenkt iets wat je ook echt doet. Dus alleen op bovenstaande momenten komt de beker uit de kast. Op alle andere momenten staat hij te pronken. Pronken is wel echt het goede woord, want de beker is toch wel degelijk zijn geld waard. Ondanks mijn waarschuwingen, dat het kunstwerk op de beker zou kunnen gaan vervagen, is dat absoluut niet het geval en glanst de beker je nog steeds tegemoet. Soms staat hij heel eenzaam, omdat alle andere bekers dan in gebruik zijn. Dan nog mag hij niet uit de kast, want het is dan niet het goede moment. Of niet de goede persoon, want zoals je vast begrijpt is de beker van mijn zoon en is hij dus ook de enige die eruit drinkt.

Afgelopen week was ik weer eens ziek. Sinds mijn hersenschudding begin dit jaar is mijn weerstand nog niet op peil en ben ik bij het geringste virusje weer aan de beurt met spierpijn, buikpijn en natuurlijk hoofdpijn. Dit keer sloeg het virusje echter nog wat harder toe en was ik echt een vaatdoek. Bloedirritant, helemaal omdat het heerlijke weer uitnodigde om van alles te doen. Allerlei leuke dingen had ik bedacht, lekker wandelen in het bos, een balletje overslaan met de hele familie op de tennisbaan, picknicken of gewoon lekker in de tuin aanklungelen. Het maakte me eigenlijk niet zoveel uit, als we maar lekker buiten in beweging waren.

Mijn kinderen weten hoe blij ik daar van word en hadden dan ook best medelijden met me. Daar lag mama op bed of op de bank en veel meer dan boe of bah kwam er niet uit. Sowieso is het gek als mama’s ziek zijn, maar hoe laat je nu zien dat je zorgzaam bent? Ze deden hun uiterste best om niet te zeuren, deden uit zichzelf hun zondagse taak (kamer opruimen) en probeerden geen lawaai te maken. Verschrikt keken ze mijn kant op als het dan even niet lukte, om gerustgesteld door mijn glimlach daarna weer verder te gaan. Ik overweeg serieus om af en toe net te gaan doen alsof ik ziek ben :D.

Ik mocht zelfs de film uitzoeken voor bij het eten. Toen ik plagend de film voorstelde die ik al weken voorstelde, maar waar ik altijd 4 keer een nee op krijg, klonk er zelfs een unaniem ja. Als een koningin lag ik op de bank met een dekentje, netjes om me heen gedrappeerd door mijn dochter. Zij en mijn oudste waren inmiddels gewend aan de situatie en kropen naast me op de bank. Voor mijn middelste was het nog steeds gek. Om zichzelf een houding te geven ging hij papa helpen met het eten indoen. Ik had niet veel trek, maar een kopje bouillon doet altijd wonderen. Helemaal toen bleek dat mijn zoon de bouillon had ingeschonken in ZIJN beker. Zijn manier om zorgzaam te zijn, krachtiger dan welke medicijn ook.

zo’n dag in de Breinsmederij 110

Ik weet het nog als de dag van gisteren. Het was zo’n heerlijke vakantieochtend, je rook de frisheid van de nacht en voelde tegelijk de warmte en kracht van de zon al branden op je huid. Het was ergens in de ochtend, onder de grote boom die voor onze mobile home stond. Zo’n boom die elk kind tekent als hij gevraagd wordt om er één te tekenen. Een boom met een dikke stevige stam, waar je armen niet omheen passen, met enorm bladeren in een frisse heldergroene kleur, statig staand, alle aandacht naar zich toetrekkend. We waren net toe aan een kop koffie en ik had me met een boek geïnstalleerd in de schaduw van deze boom.

Zoals altijd op vakantie had ik een stapel boeken meegenomen. Dat jaar had ik vooral veel boeken meegenomen over hoogbegaafdheid. We hadden in het half jaar daarvoor besloten onze oudste toch maar een klas over te laten slaan en de jongste was al druk aan lezen. Tijd dus om wat extra achtergrondinformatie tot me te nemen.  Ik begon met het boek van Rineke Derksen, hoogbegaafdheidsspecialist en oprichtster van het GelukkigHB platform. Al op pagina 16 stond daar dat ene zinnetje; “ben je vooral aan het bewijzen dat je slim bent of ben je bezig met nieuwe dingen leren?”.

Hè, wacht even, ik ging een boek lezen om mijn kinderen beter te begrijpen…maar dit is exact wat ik zelf al mijn hele leven aan het doen ben. Als iemand vraagt naar mijn opleiding, heb ik allerlei excuses waarom ik geen universiteit heb gedaan. Het feit dat ik Cum Laude ben afgestudeerd voor mijn HBO-opleiding ervaarde ik meer als plicht naar mijn intelligentie dan als verdienste van mijn harde werken. Het combineren van een fulltime baan met het moederschap was niet meer dan logisch, ik moest natuurlijk wel bewijzen dat je prima een carrière kan hebben naast moeder zijn. Overigens zonder dat mijn kinderen hier last van zouden hebben.

Toen de man met de hamer langskwam en ik volledig onderuit ging, niet meer de puf had om de trap af te lopen als ik wakker was geworden, was dit voor velen een logische consequentie van de tropenjaren die ik achter de rug had. Hoewel ik wel mee kon gaan in die redenaties en wist dat ze gelijk hadden, voelde ik dat nergens. Ergens was er nog steeds een stemmetje die zei dat ik dat heus wel had gekund, als de kinderen maar hadden doorgeslapen, als ik maar niet zover van mijn werk had gewoond, als ik maar geen late diensten had hoeven te draaien, als ik maar een wekelijks een hulp had gehad, als ik maar…

De jaren die volgden heb ik heel bewust gekozen voor een kleine parttime baan, mede doordat onze kinderen steeds meer lieten zien dat ze niet het gebaande pad kiezen. Wanneer mensen aan me vroegen wat ik voor werk deed, verontschuldigde ik me altijd voor de maar 16 uur die ik werkte. Complimenten die ik kreeg voor het werken naast het runnen van ons bijzonder-brein-gezin wuifde ik weg. Even serieus, drie dagen werken onder schooltijd vraagt toch echt niet heel veel. Helemaal niet met de baan die ik heb, want ik heb een ontzettende flexibele baan en het vraagt nou ook niet echt het onderste uit de kan. Het voelt meer als bijbaantje dan een baan van betekenis.

Een baan van betekenis. Blijkbaar is dat dan toch heel belangrijk voor me, van betekenis zijn. Alleen door continue op zoek te zijn naar mijn betekenis voor anderen (letterlijk door mijn keuze voor een baan in de gastvrijheidsbranche) ben ik de betekenis voor mezelf kwijt geraakt. In de tijd van mijn fulltime baan, kreeg ik veel commentaar van mensen die vonden dat ik mijn kinderen te weinig zag. Dat mijn man thuis was bij de kinderen, maakte geen verschil. Toen ik toch maar 1 dag ouderschapsverlof op ging nemen, kreeg ik te horen dat ik geen goede manager was. Ik was er namelijk maar 4 van de 7 dagen. Nergens heb ik me afgevraagd wat mijn eigen wens was. Ik was alleen maar aan het bewijzen dat ik heus wel een goede moeder was, goede werkneemster én goede werkgeefster voor de mensen aan wie ik leiding gaf.  O ja, en goede vrouw en goede dochter en goede (schoon)zus en goede vriendin en goede buurvrouw en goede..

En ineens was daar dus dat zinnetje, dat ongetwijfeld door de context van het boek en de omgeving waarin ik hem las,  zich als een zaadje in mijn hoofd plantte. Genietend van de warmte van de zon, de geluiden van de spelende kinderen om me heen, de veilige aanwezigheid van mijn man naast me, liet ik dat zinnetje in mijn hoofd rond gaan. Wat als ik nou eens niet meer hoef te bewijzen, wat nou als ik gewoon ik mag zijn, wat als ik mezelf de ruimte geef om te leren, wat als dat zaadje in mijn hoofd nu eens uitgroeit tot de prachtige boom waar ik onder zit?  Wat als de dagdroom nu eens dagelijkse werkelijkheid wordt? Dan ben je ruim een jaar later trotse eigenaar van de Breinsmederij en geef ik betekenis aan het hebben van een bijzonder brein. Dan ben je mindset-trainer en kan ik alleen maar hopen dat heel veel mensen daar de vruchten van plukken.

zo’n dag in de Breinsmederij 249

Het belooft een relaxte zondag te worden. Iedereen wordt wakker op zijn eigen tempo, maakt een ontbijtje en vindt daarna zijn eigen weg in huis. Ik nestel me met een pot thee en de weekendbijlage van de krant aan de keukentafel. Op de achtergrond speelt een muziekje en spelen de jongste twee gebroederlijk naast elkaar bij het autokleed. Dan wordt de vraag gesteld of er nog wat op programma staat vandaag. Dat is niet zo, in de hectiek van de week proberen we in het weekend ook altijd een dagje rust in te bouwen. Mijn middelste zoon zit goed in zijn vel; hij heeft dit keer geen last van de niet ingevulde tijd die op hem af kan komen als naderend onheil. Hij bedenkt dat hij zin heeft in een spelletje. Met de regen die op het raam tikt, klinkt dat voor iedereen als een heel goed plan. Zo gaan we dus op zoek naar een spelletje waar iedereen zin in heeft.

 

In tegenstelling tot wat je misschien denkt is het uitzoeken van een spelletje zo gepiept. We houden allemaal van spelletjes spelen en weten daarom goed de voor- en nadelen van de spellen die in de kast staan. Daarbij zijn er niet veel spellen waarbij we allemaal mee kunnen doen. Het moet een spel zijn waarbij mijn jongste dochter alles zelluf kan doen  Het spel moet ook niet teveel wachttijd hebben, zodat mijn middelste zoon geconcentreerd kan blijven op het spel. Het spel moet niet al teveel strategie bevatten, omdat anders mijn oudste zoon teveel moet bewijzen van zichzelf dat hij moet winnen. O ja, en zelf vinden mijn man en ik het ook wel leuk als het spel iets meer diepgang heeft dan kwartetten. Kortom, het kiezen van een spel is snel gedaan :D.

 

De keuze valt al snel op Keezen, een combinatie van Mens erger je niet en pesten. Een spel dus, waarbij alle alarmbellen af gaan. Ik vraag me dan ook hardop af of dit slim is, aangezien dit erg veel van ze vraagt. Ik vraag aan ze of ze zich daarvan bewust zijn en ik benadruk dat het kan zijn dat je verliest, dat het wel eens niet kan gaan zoals je denkt en dat ik daar dan geen gedoe over wil.  Ik krijg een ‘jaaaaa mam’ in koor en vertrouw ze gezien de relaxte sfeer van de ochtend.

 

We gaan van start en de eerste paar rondes gaan goed. De middelste denkt daar anders over Hij krijgt verkeerde kaarten, waardoor hij de eerste 6 rondjes niet mee kan doen. Ik vind het goed gaan, omdat hij blijft proberen gezellig aan tafel te zitten. Ik zie hoeveel moeite het kost en benoem hardop dat ik het knap van hem vind dat hij aan tafel blijft zitten. De oudste heeft moeite om de jongste haar eigen spel te laten spelen. Mijn man wijst hem nogmaals op het feit dat zij het echt zelluf wil doen en dat er dus ook bij hoort dat ze even nadenkt over welke stappen ze gaat doen. Het duurt nog een paar beurten waarin hij zijn handen voor zijn mond slaat als hij weer ongevraagd advies geeft, maar even later speelt iedereen zijn eigen spel. Het spel ontwikkelt zich en het wordt steeds spannender. In zijn enthousiasme versnelt de oudste zijn spel, waardoor de middelste het niet meer kan volgen. Hij raakt de draad kwijt en de frustratie loopt op. Met een snik in de stem en uit de steekwoorden die hij uitkraamt maken we op dat hij het even niet begrijpt en niet weet waar hij verder moet. Dit is een punt wat we herkennen en waarvan iedereen weet dat hij even tijd en ruimte nodig heeft. Dus geduldig wachten we dan ook een seconde of 30 in complete rust tot de frustratie zakt. Als hij dan zelf weer de kaarten oppakt, weten we dat we weer verder kunnen met het spel. We roemen de middelste over het feit dat hij goed rustig is gebleven, aan tafel is blijven zitten en het bord niet heeft verschoven. We geven de oudste de tip, om lekker fanatiek te blijven spelen bij zijn ouders.

Niet veel later is het de jongste die huilend aan tafel zit. Ze had een heel mooi plan bedacht, maar wordt door mij van het bord geslagen. Natuurlijk hou ik heus wel een beetje rekening met de zetten die ik doe, maar incasseren hoort nu eenmaal bij spelletjes spelen. We zeggen haar de tranen te drogen en weer mee te doen. We raken wat geïrriteerd als dat niet meteen lukt. Tot ik besef hoe oneerlijk het eigenlijk is. Ik verwacht van mijn 6-jarige een inzet, die ik bij mijn middelste ook niet zie. Waar ik bij mijn middelste dat dan volledig kan laten en tijd kan geven, want ja hij is immers autistisch, irriteer ik me bij haar aan het niet voldoen van de norm. Ik spreek deze gedachte hardop uit en het verbindt ons direct. Mijn dochter voelt zich gehoord, waardoor haar tranen als vanzelf stoppen, Mijn middelste wil niet worden weggezet als slachtoffer en herpakt zich met nieuwe energie. Mijn oudste geeft me een gelukzalige glimlach, aangezien hij iedereen het liefst gezellig samen aan tafel zit. 

We maken het spel af. De kinderen vormen een blok tegen papa, die lijkt te gaan winnen. Natuurlijk is er nog frustratie als iemand van het bord wordt geduwd, maar de lol overheerst. Stilletjes geniet ik van het samenzijn en kijk ik naar mijn drie schatten aan de overkant van de tafel. Met trots vanwege de wilskracht van mijn kinderen om een moeilijk spel aan te gaan en op hun doorzettingsvermogen om het spel af te maken. En voldaan, want waar 4 honden vechten om een been…………gaat mama met de overwinning heen. 

sanNe, noem en roem de overeenkomsten

“SNAP SARCASME” hoor ik mijn zoon van destijds 10 heel hard roepen tegen een kleuter. Het is een stralende lentedag en ik loop het plein op voor mijn overblijfbeurt bij de kleuters. Ik scan de kleuters, op zoek naar mijn dochtertje. Haar zie ik niet, maar ik tref dus wel mijn zoon in een verhitte discussie. Het blijkt dat hij ‘op bezoek’ is bij zijn zusje, zoals dat zo mooi heet in Montesorri-land. Blijkbaar heeft de kleuter in kwestie een nogal domme vraag gesteld, heeft hij een sarcastisch antwoord gegeven en snapt het arme meisje er nu helemaal niets meer van. Hij overigens ook niet, want zijn stem schalt nogmaals over het schoolplein als hij antwoord met een ‘nee, JOH’. Glimlachend om zijn overtuigingspogingen loop ik naar hem toe. “Wil ze niet naar je luisteren?’ vraag ik aan hem. “NEE”, verzucht hij heel hard om vervolgens een heel relaas te doen over hoe dom kinderen zijn en wat ze allemaal niet begrijpen. Ik leg hem uit dat sarcasme een moeilijk soort humor is om te begrijpen en dat het wellicht meer zegt over hem, dan over dat meisje. Dat onze normaal nu eenmaal niet representatief is voor andere kinderen of gezinnen. Dat het woord sarcasme geen gangbare woord is, laat staan dat je het begrip kent en begrijpt. Dát vind hij maar moeilijk te begrijpen. Voor hem is het gesneden koek, mede door zijn ouders die verzot zijn op dit type humor.

 
Humor is echt iets wat ons gezin verbindt. Er wordt veel gelachen in ons gezin en doordat we allemaal snelle denkers zijn vliegen de grappen je om de oren. De één heeft een voorkeur voor de humor van het “Jezus_wat_slecht” instagram account, de ander houdt meer van de wat diepere taalgrappen. Waar mijn eigen liefde voor sarcastische humor vandaan komt weet ik niet, wellicht dat ik het mezelf heb aangeleerd in het besef mezelf niet al te serieus te nemen. Een soort manier om mezelf niet te verliezen in die serieuze donkere kant, die ik ook wel heb.
 
Groot was dan ook de stress toen bleek dat ik een autistische zoon had. Al snel kreeg ik namelijk een pakket aan basistips, waar ‘gebruik geen sarcastische humor’ met stip bovenaan staat. Een hele logische tip, immers bij sarcastische humor is afstemmen op het non-verbaal en de toon waarmee de woorden worden uitgesproken een vereiste om de humor te zien. Iets waar de gemiddelde persoon met autisme behoorlijk veel moeite mee heeft. Alleen geen sarcastische humor meer mogen gebruiken is alsof ik niet helemaal mezelf kan zijn. Het zit zo verankerd in mijn communicatie, dat ik echt niet zou weten hoe. En belangrijker nog, ik vind het zó leuk. Uiteindelijk zal ik het met misschien wel kunnen, maar wil ik dat ook??
 
Nee, dat wil ik niet. En daarom heb ik mezelf iets anders aan geleerd. We zijn de grappen gaan ondertitelen, zoals dat heet. Mijn zoon is namelijk mede door zijn autisme, enorm taalgevoelig. Heel vaak wordt de taal letterlijk genomen, waardoor hij ook in staat is om de herkomst van (delen van) het woord te zien. Als we een grap maken, controleren we altijd of hij de grap begrijpt. Soms is de lach groots en is de controle niet nodig. Soms is er een klein geheimzinnig lachje, waaraan we kunnen zien dat hij ergens wel de grap ziet, maar de clou niet helemaal begrijpt. Dan leggen we het even uit. Door hem zo mee te nemen, werden de momenten waar we bijvoorbeeld met zijn allen aan tafel zitten, echt een gezinsaangelegenheid. Ik had niet een één-tweetje met mijn man of andere zoon, maar we lagen met ons hele gezin dubbel van het lachen. Grap in, grap uit hebben we dit herhaald en hebben we hem meegenomen in taalgrappen. Met als resultaat dat hij nu niet alleen de humor begrijpt, maar inmiddels voelt hij zich veilig genoeg om zelf ook sarcastische grappen te maken. Sterker nog, als zijn kleine zusje toch nog even checkt wat er nu precies bedoeld wordt met een grap, is hij de eerste die het lief uitlegt. Overigens blijven anekdotes wel heel lang een eigen leven leiden in ons gezin, dus je snapt hoe die uitleg begint………….. “SNAP SARCASME!!”

zo’n dag in de Breinsmederij 109

En zo zit ik dus achter de computer om mijn wekelijkse blog te schrijven. Alhoewel ik zit wel, maar van schrijven is niet echt sprake… Allerlei gedachten spoken door mijn hoofd, al tig ideeën en varianten zijn de revue gepasseerd, maar elke keer ben ik niet tevreden.
 
 
In het begin had ik allerlei ideeën, waarvan ik trouwens zeker weet dat ik er ooit nog over ga bloggen. Alleen toen begon de twijfel, want welk idee was op dit moment nu het beste idee? Het is immers de eerste blog, nadat ik heb gezegd dat ik wekelijks ging bloggen. Dus ik moet wel een soort van thema hebben, een signature waaraan je herkent dat het mijn wekelijkse blog is. Het leukst is natuurlijk een titel of dat de blog begint met een vaste zin of in een bepaalde vorm is gegoten.
 
 
Al brainstormend kwam ik vorige week op “zo’n dag”, omdat de breinsmederij ook staat voor spelen. Spelen met woorden en beelden om zo je brein de vrije loop te laten gaan en zo flexibiliteit te trainen. Zo’n dag verwijst dan naar de zondag in het weekend, omdat het wel gaat over mijn eigen stuk. Het weekend geeft toch een beetje een huiselijk gevoel. Het verwijst dan ook naar zo’n dag, zo’n moment waarop er iets gebeurt en waaruit ik lering trek (of gewoon schaamteloos om moet lachen). Als ik hem dan ook nog structureel zou posten op zondag zou dat natuurlijk extra leuk zijn.
 
Tot dusver geen wolkje aan de horizon, helemaal blij met dit idee probeer ik vorm te geven aan mijn eerste blog. De eerste dagen is er nog een creatieve stroom aan gedachtes, maar aan het eind van de week slaat dit om in (keuze)stress. Ik heb immers nog maar 3 dagen om de blog te schrijven, zondag moet hij online staan. Moet ik nu bloggen over de Rubikscube, de halve dag die ik spendeerde aan de juiste agenda voor mijn zoon, het ( niet) slapen van de kinderen of gewoon over de eerste opstartweek en hoe het niet zo vlekkeloos liep als gedacht?!Ja, dat kan natuurlijk allemaal, maar welke dan nu?
 
 
De stress verlamt me en in plaats van bezig zijn met de blog, merk ik een gedachtestroom op die naar binnen slaat. Eerst twijfel ik nog aan de blog, vervolgens aan al mijn social media activiteiten, dan aan de boodschap die ik uit wil dragen met mijn bedrijf, dan aan überhaupt mijn bedrijf. Vaste mindset all over!!!
 
 
Gek genoeg is dat voor mij juist de prikkel die ik nodig heb. De afgelopen tijd heb ik mezelf aangeleerd dat als ik een vaste mindset constateer bij mezelf, het de eye-opener is die ik nodig heb. De constatering is een herkenningspunt van waaruit ik nu mezelf ruimte kan geven om te bewegen. Ik ben weer in de valkuil gestapt, maar hoef mezelf daar niet over te veroordelen. Ik weet hoe ik er uit moet stappen. Voor mij werkt het dan het best om weer helemaal terug te gaan naar het begin en overnieuw te beginnen aan het pad dat volgt op de beslissing. Dus dat is wat ik doe.
 
 
Ik begin bij de beslissing om wekelijks te bloggen. De beslissing is genomen, ik ga niet meer nadenken over of ik het ga doen. Ik ga het doen!! Waarom ging ik ook alweer bloggen? Niet omdat ik elke week op zondag een blog moet publiceren, maar omdat ik er blij van werd! Direct begint er weer van alles te stromen en kan ik mezelf ruimte geven. Zondag publiceren is geen must en eigenlijk niet handig met een gezin om me heen. Ik weet overigens heus dat ik kan instellen wanneer hij gepubliceerd wordt, maar ik ben niet zo goed in vooruitwerken..(je voelt hem aankomen hè, ook een leuk blogonderwerp ).
 
 
Voortaan dus een blog op maandag onder de werktitel zo’n dag in de Breinsmederij. Eigenlijk ook wel passend, een beetje tegendraads. Of heb je een betere titel?

Zo’n dag

Vandaag is zo’n dag waarop ik de hele tijd op twee gedachtes hink. Zo’n laatste dag van de vakantie dat er bewust nog even niets hoeft, waarop ruimte is voor aandacht voor elkaar en de tijd nog geen enkele rol speelt. Een dag waar ik extra van lijk te genieten in de wetenschap dat het de laatste is en waarop ik alvast begin met herinneringen op halen van de heerlijke zomer. Tot het besef komt dat als dit de laatste dag is, dat het dan morgen de eerste dag is. De eerste dag dat ik weer moeD…..

 
…nodig hebt. Het is namelijk niet de gedachte aan weer van alles moeten, maar het is vooral de gedachte aan alles wat weer van ons verlangt en verwacht wordt die mij bezig houdt. Iets waarin ik niet alleen sta, alle bijzondere breintjes om me heen hebben hier last van. De één heeft vooral moeite met het onbekende; komt de nieuwe buschauffeur wel op tijd? De ander heeft vooral moeite met het bekende; hoe moet dat nu als we eerst weer de letters gaan oefenen die ik al lang ken? De één is vooral bezig met zichzelf; ik ga beter leren in het begin, want dan kan ik proefwerken in de proefwerkweek beter compenseren. De ander is alleen maar bezig met alle anderen in de klas; ik denk dat ik in de pauze met die en die ga spelen. Ondanks al die verschillende gedachtes en invalshoeken hebben we één ding gemeen, morgen voelt niet als onze comfortzone.

 
De afgelopen weken voelden we ons heerlijk in onze magische bubbel waarin we zelf bepaalden welke prikkels we binnen lieten en onze wereld er tijdloos en voorspelbaar uit zag. Er was alle ruimte om hobbels weg te nemen en knoppen om te zetten en het leek wel alsof onze breinen waren genezen en ‘gewoon’ werkten. En dan ineens is er morgen, de dag die op ons afkomt alsof hij ons gaat overvallen en we ons zelf weer kwijt raken.
 
Maar hè wacht eens even, is dat niet precies waar het in de Breinsmederij om gaat? Dat we leren hoe we onszelf (of de kinderen in onze lee(r)/(f)omgeving zichzelf) niet kwijtraken in de buitenwereld? Dat we (hen) leren om te gaan met de buitenwereld zodat we ook in ons dagelijkse leven een comfortzone ervaren? Dat we ons niet verschuilen en wachten tot de zon weer schijnt (niet te uitbundig 😉), maar dat we leren aan te gaan en het randje van de regenbui op te zoeken. Dat we leren dat het ok is om van dat randje af te vallen in de wetenschap dat je genoeg veerkracht hebt om weer op te staan. En dat dus alles wat je nodig hebt een beetje MOED is om op dat randje te gaan staan?

 
Ja, dat is precies waar het om gaat! En dus geef ik mezelf een beetje moed en bedenk ik me dat het morgen de dag is waarop ik eindelijk mag! Morgen gaan we namelijk weer allemaal aan het werk en naar school en heb ik de letterlijk de ruimte om alle leuke plannen die ik in mijn hoofd heb bedacht om te zetten in acties. Trouwens waarom wachten op morgen? Ik begin gewoon vandaag. Één van de acties is namelijk het wekelijkse bloggen over de huiskamer van de Breinsmederij. Om je te laten zien dat er net als vandaag heel veel van zulke dagen zijn. Om je te laten zien hoe bijzondere breinen werken. Om practice what yoy preach uit te dragen. Schrijven over mijn eigen breinkronkels is namelijk (soms over) het randje van mijn comfortzone.

 
Maar bovenal blog ik voor mezelf, omdat het me helpt mijn gedachtes richting te geven en te kaderen. Het dwingt me een punt te zetten achter kronkels en zo geef ik mezelf een schop onder de kont die ik af en toe heel hard nodig heb. Het is mijn manier om mezelf moed te geven om in het echte leven op het randje te gaan staan. Om vanuit mijn comfortzone van mijn binnenwereld ook in de echte buitenwereld mezelf te zijn.
 
 
Dus tot volgende week!!

saNne, Neem de verschillen

Iedereen die mij persoonlijk kent weet dat huisvrouw zijn niet echt mijn sterkste kant is. Soms speel ik wel dat ik er eentje ben, maar meestal kun je in ons huis goed zien dat er geleefd wordt. Sterker nog, als je een beetje op de details let weet je exact wat ik de hele dag heb gedaan. Vaak ben ik met mijn hoofd al weer bij iets anders, dus afmaken is niet mijn sterkste kant. Rond 10 uur gebeurt het nog wel eens dat ik tegelijk met mijn koffiekopje het ontbijtbordje in de keuken moet zetten. En dan zou ik hem natuurlijk meteen in de vaatwasser moeten zetten, maar ik had net beloofd een spelletje te spelen met de kinderen. Dat is zo leuk dat we nog een potje doen en de tijd vergeten. Ineens moeten we snel lunchen, anders komen we te laat op onze afspraak. Dus dat spelletje even aan de kant schuiven, gauw de  schone bordjes uit de vaatwasser (nee, die vieze van vanmorgen erin komt echt niet bij me op), het kleed even uitkloppen van de ochtend en dan kunnen we een boterham eten.  De krant ga ik nog lezen, dus die ligt opgevouwen op de lege stoel naast de tafel. Bovenop de brief van school die blijkbaar uit een tas is gekomen en de tekeningen die gisteren zijn gemaakt en absoluut niet mochten worden weggegooid. Tja goed voorbeeld doet goed volgen, dus je krijgt een beeld van de keuken, de eettafel.., woonkamer…, de slaapkamers……..

Daar waar ik dus heel goed ben in beginnen (en omdenken), heeft mijn man daar juist wat moeite mee. Als hij eenmaal lekker bezig is met iets zit hij er helemaal in en is hij full focus op datgene wat moet gebeuren. Ik herhaal ALS….Ik kan nu alle man-vrouw clichés uit de kast gaan halen, maar ik vermoed dat je geen voorbeelden nodig hebt om je een discussie voor de geest te halen. Iets met vrouwen die vinden dat ze alles moeten doen én mannen die vinden dat het ook nooit goed is. Na weer zo’n discussie viel bij mij ineens het kwartje…. Doordat mijn man de wereld waarneemt in details ziet hij de grote lijn moeizaam. Dus als je hele huis helemaal bezaait is met allerlei details (sorry….) is het wel lastig om tot actie te komen, waar moet je beginnen dan?? En als je dan eenmaal begonnen bent en er komt iemand langs stuiven (again sorry….), die weer van alles toevoegt aan jouw plan, heeft opnieuw beginnen eigenlijk ook geen zin. Dan kan je er  maar beter mee stoppen of eigenlijk kun je maar beter ook niet mee beginnen, want je weet toch al wat er straks weer gaat gebeuren.

Zoals het bij ons gaat als kwartjes zijn gevallen; ik begin met een plan maken en even later pakt mijn man het verder op.  Ik denk dat ieder onze eigen taak ons allebei rust gaat geven, het dwingt mij om af te maken en hem om te beginnen, zonder dat we ons nog hoeven te irriteren aan wat de ander niet doet. Hij stelt dan voor voortaan de was en het stofzuigen/dweilen op te pakken. Ik doe dan de boodschappen en het poetswerk.

Het resultaat is groots, we hebben geen discussies meer over de huishoudelijke taken. Ik bemoei me niet met de was om zijn focus niet weg te halen en hij bemoeit zich niet met alle projectjes die her en der door huis liggen. Hij ruimt de keuken op als het hem echt te gortig is. Voor mij het teken dat ik toch ook echt even wat moet gaan doen. Hij komt niet meer al mopperend uit zijn werk over de bende thuis, maar vraagt nu of we een gezellige dag hebben gehad en wie er gewonnen heeft met het spelletje. Ik geef hem dan een kus en geef hem wat te drinken en de krant, zoals het een echte huisvrouw betaamt. Toch?

sAnne, Aandacht voor de ander

Het verhaal van de Breinsmederij begint dus bij mijn dochter. Zoals ik in mijn vorige blog Starten met jezelf al vermeldde is zij het die mij leerde te kijken naar haar en niet naar haar gedrag. Om niet een diagnose, hokje of stempeltje te nemen als uitgangspunt, maar haar als persoon.  En hoe tegelijkertijd de erkenning van anders zijn richting geeft aan je leven, wanneer je de houvast bent kwijtgeraakt. De wijze levensles van een meisje van 5.

In 2013 kregen we die diagnose autisme van haar broer en met mijn eigen leerhonger startte daarmee ons eigen onderzoek naar autisme. Hoe simpel waren soms de oplossingen als we de trucjes uit de autisme-cursus toepasten en hoe groot was het effect op onze zoon. Hoe makkelijk gingen ineens sommige dagelijkse rituelen door kleine aanpassingen en hoe fijn was de houvast van de structuur die we inbouwden in ons leven. Door het autisme zo groots in te bouwen in ons leven creëerden we onze eigen ‘nieuwe normaal’, precies zoals ik wenste in mijn brief aan familie en vrienden destijds.

Ik raakte bedreven in het doorzien van het autisme en kon mijn analytisch vermogen ten volste inzetten in het hoe en waarom van het gedrag van onze zoon. Steeds vaker begonnen zaken bij mijn dochter op te vallen, die toch ook wel onder de autistisch noemer konden worden geplaatst. Ze  heeft enorme behoefte aan de duidelijkheid en voorspelbaarheid van de dag, moet lang ergens de kat uit de boom kijken, raakt in de war als papa iets anders zegt dan mama en gaat het liefst nieuw dingen uit de weg. Er is altijd wel iets met een bepaald kledingstuk en o wee als we het poppenhuis net even wat anders neerzetten. Maar ja, niets autistisch is een mens vreemd en  het feit dat ze verbaal zo sterk is en discussies met de juf in groep 1 niet uit de weg ging neigde toch ook wel weer naar hoogbegaafdheid.

Immers hoogbegaafdheid zat ook in de genen en haar andere grote broer was net in 2014 officieel benoemd tot hoogbegaafd. Niet dat wij dat nu persé zo erkenden op dat moment, maar vanuit het dhh-protocol van school bleek toch echt dat meneer met een IQ van 140+ aan de voorwaarden voldeed. Het verklaarde voor ons niet de moeite die hij had met het leven en de bedachtzaamheid waarmee hij alles aanpakte. Daarnaast vonden we dat je voor hoogbegaafdheid toch minstens een halve Einstein moest zijn en hij toch wel heel veel ‘blonde’ opmerkingen maakte. Pas toen ik het boek Gelukkig HB van Rineke Derksen ging lezen, omdat hij een juf trof die hem écht zag, vielen de eerste puzzelstukken op zijn plek. De latere boeken leerden me dat kinderen met hoogbegaafdheid ook vaak hoogsensitief zijn en dat dat pas echt de vinger op de zere plek legde bij onze oudste zoon omtrent het “anders voelen”. Wat hebben we hem tekort gedaan het eerste decennium van zijn leven! Dat ging ons geen tweede keer gebeuren en wellicht moesten we toch ook iets met het feit dat ze al kon lezen toen ze 4 was. Of kwam dit gewoon omdat ze met oudere broers nu eenmaal veel in aanraking komt met letters en cijfers? Dat verklaarde alleen niet waarom ze altijd alles in de gaten hield, waarom ze al meer reflectievermogen heeft dan een gemiddelde puber en waarom ze het liefst zelf labyrint speelt (niet betoverde doolhof mama, labyrint, anders zou dat wel op de doos staan…).

De verklaring geeft ze me gaandeweg zelf, soms zelf letterlijk. Ze wijst me er in een gesprek op dat ik niet kan weten wat er in haar lichaam en hoofd gebeurt en dat ik dus ook niet kan aannemen dat wat er in het boek staat waar is.  Nee, daar heeft ze gelijk in. Gelukkig  weet ik wel door die boekjes dat wat er allemaal in haar lichaampje gebeurt toch ook heel normaal is én dat ik ook weet dat het haar in de war maakt. Dat het ok is om even een momentje voor jezelf te nemen om weer uit de war te raken en tot jezelf te komen.

Dat is namelijk wat we nu letterlijk doen. Zodra ze begint te mopperen, haar stem gaat verheffen of alles heel oneerlijk vindt in de wereld, reik ik haar letterlijk de hand. Ik neem haar mee naar de bank of haar bed en we nestelen ons dicht tegen elkaar aan. Ze mag dan haar continue interne dialoog hardop uitspreken en ik kan haar dan helpen dat te ondertitelen. Dat ik heus wel begrijp dat het lastig is om op hetzelfde moment jongste in groep 3 te zijn en oudste in groep 2 door haar vervroegde gang naar de middenbouw. Dat ik snap dat ze het supercool vindt om te lezen, maar dat ze niet altijd wil opvallen. Dat ik zie hoe ze 10 secondes voor haar broers stopt met een kussengevecht, omdat ze aanvoelt dat er zo ruzie komt. Dat het gat onder water heel lastig is, omdat je dan geen adem kunt halen en als je geen adem kunt halen ga je dood. Dat….enz. Dat ze alles mag zeggen zonder dat het gek is, zonder dat er een oordeel aan zit.IS het autistisch dat ze altijd rechts wil liggen? Is het hoogbegaafd dat ze dit allemaal bedenkt? Is het hoogsenstitief dat het 2 minuten duurt voordat alle kleren en kussens op de goede plek liggen? Het maakt niet uit, het is wat haar helpt.  We geven haar gedachten (en daarmee haar gedrag) handen en voeten en zo gids ik haar een weg door haar mooie wondere wereld en prijs ik mezelf zielsgelukkig dat ik met haar mee op reis mag.

Sanne…Start met jezelf…oefff

1,2,3 Go……..
 
Of nou ja, misschien meer klaar voor de start…. Of wellicht is dit….nee, wacht waar is de backsp….adem in, adem uit, zennnn, o nee te zweverig,  ik moet….. en dan ineens hoor ik de stem van mijn man in mijn hoofd. ‘GEWOON DOEN’!
 
Goed dan, gewoon doen, ik ga dus starten met mezelf. Ik ga mijn verhaal vertellen over mijn leven, over de bergen die ik tegenkwam en het prachtige landschap wat ik erachter vond. Over mijn eeuwige zoektocht naar het perfecte leven, de ultieme vervulling en de waarom van het leven. Over hoe ik altijd op zoek ben naar patronen, logica en wetenschap én mezelf daarin kwijtraak. Over hoe zwaar ik het leven vind als ik bedenk dat ik nog 6 jaar (6 jaar!), elke dag (elke dag!) op en neer moet fietsen naar de basisschool en op diezelfde dag vol, verguld en oergelukkig kan zijn na een avondje op een terras op de eerste zomerse avond met een heel lief vriendinnetje. Mijn verhaal over de waarom van de Breinsmederij.
 
Ik zou kunnen starten met mijn geboorte, 37 jaar geleden, en mijn kinderjaren. Van jongs af aan voelde ik dat ik anders was, gevoelig maar ook vastberaden. Ik wilde niet met de meute mee, maar ook niet de uitzondering zijn. Die eeuwige tweestrijd voel ik nog, maar inmiddels ben ik trots op mijn bijzondere brein. Het geeft zoveel rust niet elke dag te twijfelen aan mezelf en dat ik gun ik iedereen. 
 
Ik zou ook kunnen starten bij de ontmoeting met mijn man, alweer 20 jaar geleden en het begin van mijn roerige en zelfstandige leven. Onze relatie heeft me zo ontzettend gevormd en me tot het uiterste gedreven. De liefde ik voor hem voel houdt ons gezin overeind en dat gun ik een ieder.
 
Ik zou kunnen beginnen  bij de geboorte van mijn eerste kind, het begin van mijn moederschap. Toch echt het basisthema in mijn bedrijf. De eerste jaren overvielen me en ik had geen vergelijkingsmateriaal. Hoe kon ik weten dat je niet hoort te lezen als je begint met de kleuterschool? En ik wilde als kind al niet opvallen, laat staan als moeder. Daar heb je weer zo’n moeder die vindt dat haar kind slim is….Pas nu we weten dat hij toch echt hoofbegaafd is vallen de kwartjes op zijn plek. Ik gun het ieder kind ( en elke ouder) om eerder te ontdekken dat je een begaafd brein hebt, zodat je deze ook ten volste kunt gebruiken zonder dat er blokkades optreden.
 
Velen van jullie zullen wellicht denken dat mijn Breinsmederij verhaal begint bij mijn middelste. Het is waar hoe ik vanaf dag 1 voelde dat hij bijzonder was en hoe autisme daarna mijn leven gevuld, verrijkt en natuurlijk ook verzwaard heeft. Het is waar hoe ik me met verbazing begeef ik hulpverleningsland en hoe ik zie hoe hij verdwaald in onderwijsland. Ik zie hoe autisme nog steeds wordt gezien als ziekte en wil dolgraag bijdrage aan gelijkwaardigheid en aan het uitbannen van het patiënt-denken rondom autisme. Ik gun het ieder mens om gezien te worden als mens in plaats van als hokje of diagnose.
 
Het is alleen ook niet mijn middelste kind waar mijn verhaal begint. Mijn Breinsmederij begint bij mijn jongste, onze kers op de taart. De dame die al vanaf kleins af aan haar aandacht opeist en zorgt voor dynamiek in ons gezin. Zij is het die mij leert om mezelf te blijven, no matter what. Hoe je de ‘goed wies’ kapot kunt hebben en daar enorm veel lol om kunt hebben. Samen met haar omarm ik mijn hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid en durf ik de kracht uit mezelf te halen. Met haar erbij zijn we gelukkig compleet  en voelen we ons compleet gelukkig. Die verbondenheid, dat ultieme geluk, dat gun ik iedereen. Dat is waarom! Dat is Breinsmederij!