zo’n dag in de Breinsmederij 251

Tranen biggelen over haar wangen, als een echte dramaqueen snakt ze naar adem. En hoewel ik weet dat ze haar emoties soms graag ten tonele spreidt, hoor ik ook haar echte verdriet. Hoe ze vast zit in haar wil om het te kunnen, het wantrouwen dat het niet gaat lukken en het besef dat het zomaar wel eens een geslaagde poging kan worden.

Al een jaar lang zijn we bezig om haar echt te laten stoppen met duimen. Eerder deden we ook wel pogingen, maar deze stranden dan toch altijd weer na 2 weken goed erop letten. Afgelopen jaar verslapte onze aandacht ook heus wel eens, maar door de gang naar de logopedie was er een continue reminder aan de duim die er nog steeds continue inplopt. Fases ging het goed, stickervellen vol die streng overnieuw begonnen als ze een nacht toch weer betrapt was. Andere fases ging het minder en verdween de duim, met nagellak en tape al, zo weer in haar mond.

Ik hoor hoe ze een verwoede poging doet om haar adem terug te vinden en woorden te zoeken voor haar verdriet. Ze snikt dat ze hem zo ontzettend mist en begint weer hard te huilen als ik haar zeg dat ik dat heel goed begrijp. Al 7,5 jaar lang is het haar steun en toeverlaat, ik heb zelfs een echo van haar in mijn buik waar ze haar duim in haar mond heeft. Het is niet zomaar een gewoonte, het is haar steun en toeverlaat. De duim, vast aan haar hand, waarmee ze zich kan verschuilen als ze de wereld een beetje spannend vindt. Alsof ze door die beweging een soort beschermlaagje voor zichzelf creeërt. En nu valt dat laagje weg.

Of eigenlijk zit er nu een laagje over haar duim, want ze heeft nu twee duimhoesjes die over haar duimen gaan. Vastgeklikt bij haar pols, zodat ze niet afkunnen en dik genoeg dat dat niet meer lekker is in je mond. En door dat laagje is ze zich er dus nu heel bewust van dat ze niet meer kan duimen. De duimen zijn als het ware verdwenen achter de hoesjes, waardoor er in haar hoofd een error lijkt te ontstaan. Ze wil heel graag, maar het kan gewoon niet.

Paradoxaal genoeg ontstaat er door dat vastzittende gevoel ruimte om dat een plek te geven. Gedurende de week worden de tranen minder en het geloof dat ze zonder kan groter. Waar ze in het begin nog alleen maar kan focussen op de eerste minuut die gaat komen en hoe ze niet weet hoe ze daardoor gaat komen, vraagt ze gaandeweg alleen nog of we denken dat het haar gaat lukken. Wanneer we dat beamen draait ze zich om, schuift haar handen onder de deken tot haar kin en mompelt ze dat ze dat ook wel denkt. Om vervolgens gisteravond achteraan te plakken; ‘ ik ben ook best trots op mezelf dat het al twee weken lukt, anders zou ik mijn duim nog even opsteken, maar ja…’. En dan weten ook wij, deze keer gaan we het langer volhouden dan 2 weken, want onze dramaqueen heeft haar lach weer gevonden.