zo’n dag in de Breinsmederij 171

Al anderhalf jaar geleden viel mijn oog op een klein artikeltje in de Happi.kidz. Het ging over de tafelschikking aan tafel en hoe het hoort. Hoe klein het artikeltje ook was, het bleef door mijn hoofd spoken. Bij zulke artikeltjes gaan mijn haren altijd recht overeind staan. Hoezo hoe het hoort?? Wie bepaalt dat? Ik toch zeker zelf! Tegelijkertijd vind ik het bere-interessant hoe we blijkbaar ons toch ook vaak stereotype gedragen en hoeveel waarheid er in zit.

De ouders horen naast elkaar te zitten als ouderteam (ok klinkt goed), de vrouw links en de man rechts van haar (hoezo links?). De kinderen zitten daar recht tegenover, op de kindplaats (oeh naar woord). De oudste zoon tegenover de vader (ok vanuit historisch perspectief kan ik dat begrijpen), maar als de oudste een dochter is (alleen al dat woordje maar……) ( o nee, wacht dat woordje maar heeft mijn eigen brein erin gefietst), correctie EN als de oudste een dochter is zit ze tegenover haar moeder. (why??). (O wacht, dat staat in de zin erna) Omdat jongens toch naar hun vader kijken en meisjes naar hun moeder (ok ok, klopt) (of nou ja, in ieder geval bij ons thuis) (hmmm, hoe kijk ik eigenlijk naar mijn ouders) (o, nee het ging over mijn eigen gezin). Zo geef je aan wie de verantwoordelijkheid heeft in het gezin (nou nou, we hebben het alleen over aan tafel zitten hè) en maak je duidelijk dat kinderen niets hoeven op te lossen (goed punt).

Toch jammer dat we het op alle punten fout blijken te doen, of nou ja in ieder geval lijken te doen. Ik zit niet naast mijn man, maar wel tegenover hem (dan zijn we ook een ouderteam toch?) aan de ene kant zitten mijn oudste en jongste tegenover elkaar. De jongste (een meisje) zit naast mij (hmm wederom fout, alhoewel ze naast mij zit omdat ze het zo fijn vindt naast mij, misschien kijkt ze daarmee ook een beetje tegen me op? Ieuw dat klinkt niet fijn tegen me opkijken, dat hoeft ze helemaal niet, zou ze dat doen??) Op kop zit onze middelste, een overblijfsel van de autismebegeleiding van waaruit we leerden dat het prettiger voor hem is als er niemand tegenover hem zit (waar!).

Lijken te doen, want ondanks dat we feitelijk niet zitten op de plek zoals het systematisch zou horen nemen we wel heel bewust onze plek in aan tafel. Of wisselen we soms ook heel bewust weer van plekje. Niet om ons aan te passen aan hoe het hoort, maar om de kinderen in een veilige setting te laten ervaren wat sommige dingen met je kunnen doen.

Zo maken we nu weer een beweging om de middelste juist weer naast iemand te zetten, zodat hij vast kan wennen aan iemand naast hem én tegenover hem als voorbereiding op de middelbare school straks. In die beweging nemen we dan meteen mee dat papa het nu niet fijn vindt ingeklemd te zitten tussen 2 kinderen en dat de oudste ook wel eens een plekje wil kiezen, ondanks dat hij geen voorkeur heeft.

En mijn plekje? Ik hou niet van een vast plekje, dus ik zit bij het ontbijt ergens anders dan bij het diner en drink mijn kopje koffie op weer een andere stoel. Altijd ergens anders, dat is ook een systeem, mijn systeem.