zo’n dag in de breinsmederij 64

“Doei mam” en weg is hij. Op weg naar school 4 km verder op. Ineens fietst hij zelfstandig 4 km naar school door weer en wind, elke dag van de week! Wat een contrast met nog geen vier maanden geleden. Toen ging hij met vervoer naar school, op zaterdag naar de zorgboerderij en was er weinig ruimte om letterlijk en figuurlijk in beweging te komen.

Voor een buitenstaander lijkt het misschien ‘ineens’ een enorme groeispurt, maar dit is het helemaal niet. Het is het resultaat van maanden, zo niet jaren hard werken. Eigenlijk is het een fantastisch voorbeeld van hoe het werkt met autisme. Boven water is niet te zien hoe hard werken het is onder water.

Onze zoon heeft altijd veel tijd nodig om dingen te puzzelen. Waar het voor een ander wellicht helpend is om niet veel van te voren vermelden helpt het hem juist om ver van te voren te weten wat hem te wachten stond. Het helpt om overzicht en grip te krijgen op wat er staat te gebeuren. Heel gefaseerd bouwen we dan de informatie en het detailniveau op. Af en toe melden we terloops dat het staat te gebeuren over een x aantal momenten. Eerst als een gewone melding “lekker hè fietsen” als we ergens heen gaan. Een paar weken later  wordt dit dan gevolgd door een “volgend jaar ga je elke dag fietsen”. Nog later voegen we meer consequenties toe “als je met de fiets gaat kun je de wekker 10 minuten later zetten”. Hoe groter het item hoe eerder het wordt benoemd.

Vanaf de zomervakantie 2018 weet hij dus al dat hij na de zomervakantie van 2019 elke dag moet fietsen. Fietsen is in zijn geval namelijk best een groot ding. Aangezien hij naar speciaal basisonderwijs gaat staat zijn basisschool niet bij ons in de wijk. Sterker nog hij moet dwars door een drukke dorpsstraat en 2 grote wegen oversteken. Weliswaar een veel gebruikte route door scholieren, maar dus daardoor ook een route met veel prikkels en onverwachtse momenten. Daarbij is 4 km ook best een afstandje, helemaal als je al 2 jaar van deur tot deur wordt vervoerd.  Een harde overgang is daarom niet handig en daarom hadden we  afgesproken dat hij vanaf de voorjaarsvakantie alvast 1 dag zou gaan fietsen om te wennen aan de afstand, de prikkels en de beweging.

Aldus geschiedde, behalve dat hij zelf al vond dat 1 dag eigenlijk niet echt wennen was. Hij wilde hier graag 2 van maken. We spraken af dat dit goed was, maar dat hij zich goed moest beseffen dat als hij besloot 2 dagen te gaan fietsen die week, hij voortaan altijd 2 dagen moest  fietsen. Ook als het geen lekker fietsweer was, ook als hij er even geen zin in had. Dit begreep hij volledig, in ons huis geldt immers al jaren afspraak = afspraak, ook bij de minder leuke zaken. Hij wist dus haarfijn dat, ook al zou het met bakken uit de hemel komen, hij alsnog op de fiets moest. Toch wilde hij echt 2 dagen fietsen. De week erop meldde hij dat hij eigenlijk wel drie dagen wilde fietsen. Het gesprek  herhaalde zich en wederom wilde hij toch fietsen.

 

Het gevoel van vrijheid doet hem goed, zelfregie over wanneer je vertrekt, geen overprikkeling door een heel vol busje, het gemak van flexibiliteit als je zelf kunt gaan en staan waar je wilt, het vertrouwen van je ouders dat je het kan. Waar ik de eerste week nog mee moest om hem op te halen, heeft hij in de derde week al een terugfiets afspraak gemaakt met een klasgenootje. En waar we eerst discussieerden over een tweede dag is nu het vervoer opgezegd.

Ik voel aan alles dat het gemak waarmee dit gaat het resultaat is van de veiligheid en voorspelbaarheid die we hem de afgelopen jaren hebben geboden. Door schade en schande hebben we geleerd om te gaan met zijn andere kijk op de wereld. We hebben hem verteld hoe hij kan omgaan met de wereld en beschermd door anderen te vertellen over de zijne. Maar wellicht het allerbelangrijkste we hebben niet aan hem getrokken om hem sneller te laten groeien. Iedereen groeit in zijn eigen tempo en ik ben blij dat ik heb geleerd om aan te sluiten bij dat van hem. Van daaruit kunnen we hem nu de ruimte geven om zelf op ontdekkingstocht te gaan. The sky is the limit, “Doei, vent”.